Dit project is een resultaat van de samenwerking met het Instituut voor Nederlandse
Geschiedenis (ING), waar het werd opgestart in 2007 als een diachronisch prosopografisch
onderzoek naar de personen die als ambtsdrager of als ambtenaar in het verleden
de werkelijke macht hebben uitgeoefend op Nederlands grondgebied. Het Nederlandse
project heeft tot doel het repertoriëren van alle carrières aan de hoogste en de
regionale instellingen tijdens de periode 1428-1861. Deze lange periode werd voor
de collectieve uitvoering van het onderzoek opgesplitst in vier perioden: 1428-1588,
1588-1795, 1795-1813 en 1813-1861.
De beoogde carrières situeren zich in de politieke vertegenwoordigingen, het administratief
bestuur en de rechtspraak. Het geheel betreft dus een analytisch onderzoek naar
het functioneren van de staat en zijn geledingen op landelijk en regionaal niveau.
Door het onderzoek te betrekken op de personen, de eigenlijke CV’s dus, krijgt men
tevens een zicht op de continuïteit doorheen de institutionele geschiedenis en ook
hoe ingrijpend de eventuele breuklijnen in de geschiedenis zijn geweest, wanneer
bepaalde opgestarte carrières zich niet hernemen in nieuwe structuren.
Tijdens verschillende perioden, meer bepaald van 1428 tot 1588 en van 1813 tot 1830,
vormden de Nederlanden een bestuurlijke eenheid. In het kader van het samenwerkingsakkoord
tussen het VIGES en het ING, dat in de loop van 2008 werd afgesloten, werd overeengekomen
dat het VIGES voor de Zuidelijke Nederlanden aanvullingen zou opstellen voor dit
repertorium op basis van bronnen waarover men in Nederland niet beschikt. Tijdens
het einde van 2009 en het begin van 2010 zal begonnen worden met de aanvullingen
voor de periode 1813-1830. De resultaten hiervan worden op zeer korte termijn verwacht.