HR Artikel 22. Bij de Academie en bij de Klassen kunnen zowel tijdelijke
als permanente commissies en wetenschappelijke comités worden ingesteld.
Commissies of wetenschappelijke comités die verband houden met de algemene
belangen van de Academie of met de werkzaamheden van de algemene vergaderingen,
kunnen niet door de Klassen worden ingesteld. Permanente commissies of wetenschappelijke
comités van die aard worden ingesteld bij besluit van de algemene vergadering
: tijdelijke worden ingesteld door de Bestuurscommissie.
Commissies of wetenschappelijke comités die verband houden met de werkzaamheden
van de Klassen, worden ingesteld door de Klassen zelf, bij besluit van de vergadering
van de Klassen; een besluit tot instelling van permanente commissies of wetenschappelijke
comités moet de goedkeuring van de algemene vergadering van de Academie verkrijgen.
HR Artikel 23. De samenstelling en de bevoegdheden van de commissies en de
wetenschappelijke comités worden respectievelijk bepaald door de algemene vergadering,
door de Bestuurscommissie of door de vergadering van de Klasse, al naargelang van
het geval.
HR Artikel 24. De commissies en wetenschappelijke comités zijn samengesteld
uit leden van de Academie en in voorkomend geval ook uit niet-leden die speciaal
bevoegd zijn op het gebied van de opdracht van de commissie of het wetenschappelijk
comité.