Kunstbeleid kan niet zonder fondsen maar baalt van geldcultuur

Interview met Cees Hamelink.

door Marc Vanneste

Inleiding

Professor Cees Hamelink, emeritus hoogleraar Internationale Communicatie aan de universiteit Amsterdam en hoogleraar Media, Religie en Cultuur aan de VU Amsterdam, werd als denker aangetrokken voor het denkersprogramma ‘Kunst en Geld’. Het thema doet bij een eerste, vluchtige reflectie onwillekeurig denken aan de exuberante bedragen die bij het veilen van topwerken als Wanneer ga je trouwen? van Paul Gauguin (264 miljoen euro) en De Kaartspelers van Paul Cézanne (229 miljoen euro) werden neergeteld en waarover met graagte – want spectaculair – in de media werd bericht. Het doet een hele reeks vragen rijzen over de prijssetting, de drijfveer van de koper, de rol van de collectioneur, de ethische facetten van zo’n praktijken. Maar eigenlijk zijn dit maar rimpelingen aan het oppervlak. Het denkersproject ‘Kunst en geld’ graaft dieper, probeert aan de hand van een zorgvuldige analyse de maatschappelijke relevantie van de hele Vlaamse kunstsector in de verf te zetten. Dit gaat uiteraard verder dan de beeldende kunsten. Ook muziek, architectuur, podiumkunsten en letterkunde komen in beeld. Er wordt uiteindelijk gepleit voor een ‘duurzaam’ kunstenbeleid waar alle kunstuitingen volwaardige kansen krijgen. Dit kan niet zonder de beschikking over de nodige infrastructuur, aandacht voor kunsteducatie, een leefbaar statuut voor de kunstenaar. En hier komt onvermijdelijk geld om het hoekje kijken. Voor het ter beschikking stellen van middelen wordt in de eerste plaats een beroep gedaan op de overheid. Hoe ver is zij bereid om de kunsten hoog op het prioriteitenlijstje te plaatsen? Denker Cees Hamelink hoopt dat het denkersprogramma uitmondt in een reeks aanbevelingen die de overheid overtuigt van de noodzaak om het kunstbeleid ernstig te nemen en – waar nodig – bij te sturen. Wat waren tot nog toe zijn ervaringen als bezieler van het denkersproject? Een gesprek.

Interview

Wie heeft u gevraagd om het denkersproject ‘Kunst en Geld’ vorm te geven?

Confrater Bart Verschaffel (UGent) heeft me benaderd met de vraag of ik bereid was het denkersproject ‘Kunst en Geld’ te begeleiden. Tja, dat was toch even nadenken, want het thema is behoorlijk ingewikkeld. Bovendien geeft het gemakkelijk aanleiding tot onvruchtbare polarisatie en tot debatten over vragen zoals: indien er meer geld nodig is, moet er dan een beroep worden gedaan op publieke, dan wel privéfondsen, bijvoorbeeld? Het leek me belangrijk om samen met de stuurgroep binnen de Klasse van de Kunsten tot een gemeenschappelijke noemer te komen. De brede problematiek heb ik samengevat in 10 ‘brandende kwesties’ Ze vormden de basis voor verdere discussie. We raakten het erover eens dat ‘duurzaamheid’ het Leitmotiv van het denkersprogramma moest worden.

In hoeverre was u vertrouwd met het kunstenlandschap in Vlaanderen?

Als bestuurder en voorzitter van de Jan van Eyck Academie in Amsterdam, die zo’n typische Euregio-instelling is, kwam ik in contact met confraters zoals Bart Verschaffel, Jacques Devisscher en Koen Brams. Zij hielden me op de hoogte van wat er allemaal reilde en zeilde binnen de Vlaamse kunstwereld. Bovendien hield ik gastcolleges in Leuven en Gent. Ik maakte van mijn aanwezigheid in Vlaanderen gebruik om musea en galerijen te bezoeken en had geregeld ontmoetingen met Vlaamse kunstenaars. Zo kreeg ik een vrij globaal beeld van het kunstenlandschap in Vlaanderen.

Duurzaamheid is de rode draad geworden van het project. Het thema van het hoofdcongres op 25 september jl. luidde ‘Naar een duurzaam kunstenlandschap’. Kunt u dat toelichten?

Het proces van culturele evolutie is op deze planeet al meer dan een miljoen jaar aan de gang. Hierin hadden en hebben kunsten een vooraanstaande rol. De vraag is nu: willen we dit proces in de 21ste eeuw voortzetten? Een positief antwoord ligt voor de hand maar is wel verbonden aan een aantal voorwaarden. Verandering, dynamiek, diversiteit en samenwerking zijn inherent aan zowel de biologische als de culturele evolutie. En het is ons aller plicht om die ontwikkeling duurzaam te maken. Zo zijn we bij duurzaamheid uitgekomen als gemeenschappelijk thema. Ook een politiek correcte invalshoek bij mijn weten. Iedereen wil toch dat onze planeet behouden blijft? Bovendien leek dat een prima gemeenschappelijke noemer om de link naar geld (financiering) te maken. Dat bleek ten overvloede tijdens 2 minicongressen met betrokken partijen zoals individuele kunstenaars, beleidsmakers, sponsors, verzamelaars, mecenaat en afnemers van kunst (muziek-, theaterhuizen, musea) en curatoren. Hier werd de basis gelegd voor de congresagenda van 25 september. Wil je de culturele evolutie duurzaam maken, dan moeten de productie van kunst, de distributie en de ontsluiting ervan ingebed worden in een gemeenschappelijke infrastructuur en zoiets kost onvermijdelijk geld. Op die manier werd een gezamenlijk uitgangspunt gecreëerd om na te denken over een wenselijk cultuurbeleid en de middelen die vereist zijn om dit te realiseren.

Geld, goed overwogen en met inzicht besteed, is het cement voor duurzaamheid. Haaks daarop staat de geldcultuur die een bedreiging vormt voor een creatieve kunstensector?

De monetaire waarde is onze culturele evolutie helaas dominant gaan beheersen. De economie heeft alles in een houdgreep. Zij koloniseert de wereld. Alles is afhankelijk van zakelijke afspraken. Een cultuur van calculatie en financiële weegschaalpolitiek is niet goed voor de autonomie van de kunst noch voor die van de wetenschap. En dat is nefast voor de duurzaamheid. Alles lijkt wel topsport met de gekende uitwassen als gevolg. Het ziet er beroerd uit voor de kwaliteit van een samenleving waar geld de allesbepalende toetssteen is geworden. Het komt er voor ons, mensen, op aan om ons los te maken van denkreflexen als: wat brengt het ons op?, is dit wel rendabel? Veeleer zouden we ons de vraag moeten stellen: wat doet het met ons als mensen?

Is geld besteden aan ontoegankelijke kunst niet een verspilling van middelen?

Welnee, zowel kunst als wetenschap moeten de vrijheid hebben om nutteloos te zijn. Het verleden heeft aangetoond dat begeesterd onderzoek de meest onwaarschijnlijke zaken heeft voortgebracht op het vlak van zowel cultuur als wetenschap. Sommige ontdekkingen berusten gewoon op toeval, of waren het ongewilde nevenresultaat van ander onderzoek. In een geldcultuur is er evenwel geen ruimte voor zaken die nutteloos zijn. Het komt het beleid toe om dit bij te stellen en budgettaire ruimte te creëren waarbinnen de wetenschapper en/of kunstenaar zich in vrijheid kan ontplooien. Neem nu Vincent van Gogh. In zijn tijd was zijn kunst ook ontoegankelijk. Gelukkig stond zijn broer en kunsthandelaar Theo hem op cruciale momenten terzijde, zowel moreel als financieel. Ware het niet prettig geweest indien toen een deel van het vele geld dat nu aan zijn schilderijen wordt verdiend, gebruikt had kunnen worden om hem te helpen? Bij kunst en ook bij wetenschap hoort autonomie, wil men op een gedreven wijze op zoek kunnen gaan naar nieuwe ideeën, nieuwe vormgeving. En dan mag men niet in de wielen worden gereden door mensen die zeggen ‘het rendement is onvoldoende’. Indien we de toekomst van deze planeet veilig willen stellen, moeten we ons enigszins los zien te maken van deze wurgende geldcultuur.

Hoe ziet u de rol van de media in het hele verhaal. Kunnen zij trendsettend zijn?

De media ontsnappen evenmin aan de dictatuur van de geldcultuur. De druk van de kijkcijfers, oplagecijfers, luistercijfers overheerst. Daarom wordt een aantal onderwerpen buiten proportie uitvergroot. Feiten worden opgeleukt. Alles en nog wat krijgt het cachet van een feestje opgekleefd. De media dragen in grote mate bij aan de festivalisering van de samenleving. Komt daarbij dat zij zich gemiddeld richten op een publiek wiens intellectueel niveau dat van een 14-jarige niet overstijgt. Het mag niet te moeilijk zijn. Serieuze, analytische kunstkritiek laat het de jongste jaren afweten. Hoewel. Moeten de media trendsettend zijn? Ik meen van niet. Ze moeten volgers zijn, ze moeten weergeven, verslag uitbrengen over hetgeen in de samenleving gebeurt. Mag de kwaliteit dan niet een beetje hoger? Dat wel. Maar het is al vaak gezegd en geschreven: een samenleving krijgt de media die zij verdient. Indien de samenleving zelf niet aandringt op meer kwaliteit zullen de media geen zier veranderen.

In een ideale wereld zouden de media kunnen bijdragen aan de kunsteducatie?

Misschien wel. Maar de belangrijkste taak hier is weggelegd voor de overheid. En wat de houding van de overheid betreft, is Nederland er beroerder aan toe dan Vlaanderen. Vlamingen hebben door de bank genomen meer belangstelling voor cultuur dan Nederlanders. Cultureel erfgoed staat in Vlaanderen beleidsmatig hoger aangeschreven. Kunsteducatie is belangrijk omdat dit de mensen wakker houdt voor hetgeen zich op de kunstscène afspeelt en voor kunstenaars omdat voor hen de respons van het publiek vitaal is. We hadden het daarnet over het belang van autonomie als aanscherper van het scheppend vermogen. Wel, dit betekent niet dat de kunstenaar zich zijn hele leven lang in het isolement van zijn atelier moet schuilhouden. Op een dag moet hij/zij de confrontatie met het publiek durven aan te gaan. Dat geldt in het bijzonder voor podiumkunsten. En om publieke belangstelling voor het kunstgebeuren te genereren, is er nood aan kunsteducatie. Dan mag je niet de weg opgaan van Nederland waar om de haverklap muziekscholen worden gesloten. Straks zit er niemand meer in het Concertgebouw. Kunsteducatie kan zowel actief als passief zijn. De actieve vorm vinden we terug in de opleidingen beeldende kunsten, muziek, dans en toneel. De passieve vorm begint liefst op de schoolbanken, waar het bijbrengen van liefde, begrip, bewondering en inzicht in de kunsten een must moet zijn. Onnodig te zeggen dat de overheid hier een verpletterende verantwoordelijkheid draagt. Bij ervaring weet ik ook dat ‘onbekend onbemind maakt’. Zelf ben ik een fervent jazzmuzikant. Op een dag nodigde ik mijn studenten uit naar een jazzconcert. Niks dan lof achteraf. “Leuk, het swingt, we komen vaker”, waren de reacties. In de muziekschool van Amsterdam worden o.m. big band en jazz gedoceerd. Zodra de leerlingen ermee bekend zijn, begint hun liefde voor deze muziekvormen te groeien. Neen, deze planeet is op het vlak van de culturele beleving nog lang niet verloren. We moeten er wel hard aan werken om de culturele evolutie niet te stremmen. Ik hoop dat het denkersprogramma met zijn hoofdcongres op 25 september iets bijgedragen heeft aan de instandhouding en de positieve ontwikkeling van het kunstenlandschap. Daar werd gedebatteerd en nagedacht over kwesties zoals het fiscaal regime van de auteursrechten, het Vlaamse cultuurbeleid, de kunstenaarsloopbanen en het kunstenaarsstatuut, kunsteducatie, de rol van de media en de communicatieproblematiek. Alles moet uitmonden in een reeks aanbevelingen die steun en richting bieden aan een duurzaam kunstenlandschap in Vlaanderen.

De laatste van uw 10 punten kwesties heeft te maken met de stad en de kunst, de stad als kunstwerk. Er wordt op 27 februari een apart congres aan gewijd. Vanwaar die keuze?

In de toekomst valt de duurzaamheid van het kunstenlandschap in belangrijke mate samen met de ontwikkeling van de stad. Zij wordt in de komende jaren de belangrijkste habitat voor de meerderheid van de wereldbevolking. Een van de gevolgen daarvan is dat de stad een steeds belangrijkere rol zal opeisen in de internationale politiek en het mondiale cultuurbeleid. De idee is zelfs al gelanceerd om de burgemeesters meer verantwoordelijkheid toe te schuiven bij het uittekenen van mondiale beleidslijnen. Want ze hebben meer voeling met wat er leeft onder de bevolking dan de nationale leiders. De trend heeft ook gevolgen voor het kunstenbeleid. Er wordt tijdens het congres van 27 februari nagegaan hoe de relatie tussen de stad en de kunst de afgelopen eeuw, decennia is gegroeid en welke vormen die zal aannemen tegen pakweg 2060. Uiteindelijk wordt geprobeerd om een scenario uit te tekenen dat de toekomstige verhouding schetst tussen de stad en de kunst. De architectuur, de musea, de operahuizen, de concertgebouwen, de toneelhuizen en de openbare ruimte bieden de stad een meerwaarde. Hoe organiseer je tegen 2060 de interactie tussen oud en nieuw? Voor culturele instellingen is de stad de thuisbasis en de wereld het speelveld. Hoe gaat het urbane kunstbeleid met deze evolutie om? Allemaal kwesties die tijdens dit symposium aan bod zullen komen.

10 brandende kwesties

1. De opbloei van kunst in tijden van bezuiniging: is armoede goed voor creativiteit?

2.. Snoeien in kunstbegrotingen: wat weten we over succes en falen? Hebben overheden voldoende inzicht in herkomst van inkomsten in de kunstsector, de ontwikkeling van werkgelegenheid en toegankelijkheid van het aanbod? De verwachting dat minder publieke middelen voor kunst gecompenseerd zou worden door private financiering is niet uitgekomen.

3. Cultureel ondernemerschap en zelfredzaamheid: Rieu kan toch ook zonder publieke subsidie! Maar traditionele verdienmodellen zijn onderuit gehaald en nieuwe modellen zijn nog niet ontwikkeld.

4. Is kunst mogelijk maken niet een morele verplichting voor overheden? Ook als de kunst het status quo – het establishment – ondermijnt?

5. Het burgerlijke draagvlak: willen mensen liever het concert of de publieke subsidie voor het concert contant ontvangen? Heeft de kunst nog een toekomst zonder degelijke kunsteducatie in het basis- en het voortgezet onderwijs?

6. Geld, mecenaat en macht, en de hang naar ijdelheid. Wat interesseert rijke mensen in kunst? Kritiek op de geldwolven, maar is de kunstenaar vrij te pleiten?

7. De festivalisering van de kunst: de kunstbeurs als festival. Meer en meer bepalen de kijkcijfers en het bezoekersaantal de keuze van de conservators, museumdirecteurs, intendanten en organisatoren van tentoonstellingen.

9. Alles is marketing: kunst in de markt zetten. De internationale kunstmarkt en de kunst van het geld. De relatie tussen kunst en kunstkoper.

10. De eerste urbane soort: de stad en de kunst; de stad als kunstwerk. De stad met zijn architectuur, musea en openbare ruimte heeft een absolute meerwaarde.

Cees Hamelink

Cees Hamelink is emeritus hoogleraar Internationale Communicatie aan de Universiteit van Amsterdam. Aan de Vrije Universiteit Amsterdam doceerde hij Media, Religie en Cultuur. Aan deze universiteit is hij nu Athena hoogleraar voor mensenrechten en gezondheidszorg.

Als onderzoeker probeert hij de relatie te ontrafelen tussen mensenrechten, communicatie en globalisering. Hij heeft zich op diverse terreinen ingezet voor de mensenrechten. Cees Hamelink was ook een adviseur van de toenmalige secretaris-generaal van de VN Kofi Annan. Hij publiceerde 17 boeken over cultuur en technologie. In zijn vrije tijd is hij een fervent jazzmusicus. Hij maakt deel uit van het Bourgondisch Combo dat optreedt in binnen- en buitenland.


U kan zich hier inschrijven voor het congres Kunst & Stad|Meer informatie over het Denkersprogramma