Fondsprijzen

De Fondsprijzen en navorsingskredieten zijn prijzen die voortkomen uit de legaten die aan de Academie werden toevertrouwd.

Documenten: inschrijvingsformulier
inschrijvingsformulier
terug naar overzicht

Mgr. Charles DE CLERCQPRIJS

Prijs voor een belangrijk oorspronkelijk werk op het gebied van de religieuze geschiedenis van Vlaanderen.



deadline: 30-04-2014
eerste opening: 1983
waarde: € 1250
periode: jaarlijks

Algemeen reglement

Artikel 1. De Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten aanvaardt de schenking van een grondeigendom gelegen te Kapellen (prov. Antwerpen), waarvan de opbrengst zal dienen tot de stichting van een wetenschappelijk fonds.

Artikel 2. Met de in Artikel 1 vermelde schenking, wordt het C. de Clercqfonds gesticht ter bevordering van wetenschappelijk werk op het gebied van de religieuze geschiedenis van Vlaanderen. De inkomsten van het fonds worden besteed aan het verlenen van de C. de Clercqprijs.

Artikel 3. De besteding geschiedt door de Klasse der Menswetenschappen op voorstel van een bestendige commissie bestaande uit drie leden van de Klasse der Menswetenschappen. Zij wordt bijgestaan door de Vaste Secretaris van de Academie.

Artikel 4. De Klasse der Menswetenschappen zal een ontwerp van reglement betreffende de besteding uitwerken, in overeenstemming met de inzichten van de schenker.

Artikel 5. Onvoorziene gevallen aangaande de prijs worden door de Klasse der Menswetenschappen geregeld op voorstel van de onder Artikel 3 vermelde commissie.

Artikel 6. Voor alle andere onvoorziene gevallen betreffende het fonds is de Bestuurscommissie van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten bevoegd.

Uitvoeringsreglement

Artikel 1. De C. de Clercqprijs is bestemd om belangrijk oorspronkelijk werk te bekronen op het gebied van de religieuze geschiedenis van Vlaanderen.

Artikel 2. Deze prijs kan om het jaar toegekend worden aan een studie gewijd aan het in Artikel 1 vermelde gebied. Hij zal eventueel voor de eerste maal in 1983 worden toegekend.

Artikel 3. Komen in aanmerking, ofwel onuitgegeven studies, die in geval van bekroning door de Academie zullen uitgegeven worden, ofwel studies die in de loop van het voorafgaande tijdvak in druk zijn verschenen.

Artikel 4. De ingezonden werken moeten in het Nederlands of in een internationale taal opgesteld zijn.

Artikel 5. Werken waaraan reeds een prijs werd toegekend, komen niet in aanmerking.

Artikel 6. Het bedrag van de prijs wordt vastgesteld op minimum 1.250 EUR en kan eventueel verhoogd worden indien de opbrengst van het geschonken goed dat toelaat. De prijs kan niet verdeeld worden. Wordt de prijs niet toegekend, dán wordt het bedrag ervan bij het kapitaal gevoegd.

Artikel 7. De prijs wordt toegekend door de Klasse der Menswetenschappen, op voorstel van de door haar overeenkomstig Artikel 3 van het Algemeen Reglement van het C. de Clercqfonds aangestelde bestendige commissie. Deze zal om het jaar van 1983 af in de maand oktober haar voorstel aan de Klasse der Menswetenschappen voorleggen.

Artikel 8. De aangeboden werken moeten uiterlijk op 30 april (*) van het jaar waarin de prijs kan toegekend worden bij de vast secretaris van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten, Hertogsstraat 1, 1000 Brussel worden ingediend met de vermelding: "voor de C. de Clercqprijs".

Artikel 9. De aangeboden werken worden ingestuurd: tekst (3 ex.), illustraties en figuren (min. 1 ex.). De onuitgegeven studies moeten getypt zijn.

Artikel 10. Onvoorziene gevallen met betrekking tot de prijs worden, na verslag van de bestendige commissie van het C. de Clercqfonds, door de Klasse der Menswetenschappen geregeld.

Artikel 11. Voor onvoorziene gevallen met betrekking tot het fonds is de Bestuurscommissie van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten bevoegd.



(*) Beslissing Bestuurscommissie dd. 6 september 1991.

Laureaten

2013: Ulrike Wuttke

‘Dit es dinde van goede en quade’. Eschatologie bei den Brabanter Autoren Jan van Boendale, Lodewijk van Velthem und Jan van Leeuwen (14. Jh.).

Na studies te Berlijn en Amsterdam werkte Ulrike Wuttke van 2008 tot 2012 aan de UGent aan haar proefschrift ‘Dit es dinde van goede ende quaede’: Eschatologie bei den Brabanter Autoren Jan van Boendale, Lodewijk van Velthem und Jan van Leeuwen (14. Jh.)’. Hiervoor onderzocht ze de verbeelding van de eindtijd, de hemel, hel en vagevuur in het oeuvre van de drie veertiende-eeuwse Middelnederlandse auteurs Jan van Boendale, Lodewijk van Velthem en Jan van Leeuwen. Zij analyseerde hun eschatologische voorstellingen tegen de achtergrond van de Latinitas en andere significante volkstalige teksten en traceerde de invloed van contemporaine crisissen en intellectuele ontwikkelingen op hun eschatologische mentaliteiten.



2012: Tjamke Snijders

Ordinare & Communicare: Redactie, opmaak en transmissie van hagiografische handschriften in kloosters uit de Zuidelijke Nederlanden, 900-1200

Tjamke Snijders studeerde middeleeuwse geschiedenis en wijsbegeerte van de geschiedenis aan de Universiteit Leiden (2003) en Rutgers, The State University of New Jersey (2004). In 2009 verdedigde zij haar doctoraat Ordinare & Communicare aan de UGent met felicitaties van de jury. Sindsdien is zij werkzaam geweest als deeltijds docent aan de KU Leuven en postdoc van het FWO-Vlaanderen. Haar huidige onderzoek draait rond handschriftelijke productie en de formatie van monastieke groepsidentiteiten in het hoogmiddeleeuwse bisdom Luik, met publicaties in onder meer Church History en de Revue d'Histoire Ecclésiastique.

Uit het rapport van de jury: "Deze studie is van hoog niveau, zowel in zijn heuristiek, methode, analyse als synthese. Taal en stijl zijn bijzonder verzorgd; de auteur is in staat om een technische en hooggespecialiseerde materie in een vlot leesbare vorm te gieten, heel begrijpelijk voor een leek in de materie."



2010: Ward De Pril

De Leuvense theoloog en oriëntalist René Draguet (1896-1980). Studie van zijn theologische positie en zijn conflict met de kerkelijke overheid.

Ward De Pril (°1979) studeerde moderne geschiedenis, godsdienstwetenschappen en godgeleerdheid aan de Katholieke Universiteit van Leuven. In januari 2010 promoveerde hij in Leuven op een proefschrift over de veroordeling van de Leuvense professor fundamentele theologie Réne Draguet (1896-1980) door het H. Officie. Momenteel werkt Ward De Pril als postdoctoraal onderzoeker van het FWO, verbonden aan de Onderzoekseenheid van geschiedenis van Kerk en Theologie (Faculteit Godgeleerdheid, KULeuven). Zijn onderzoek is gericht op de twintigste-eeuwse geschiedenis van de Leuvense Faculteit Godgeleerdheid en van de Dominicaanse theologische school Le Saulchoir.



2009: Karim Schelkens

Deus Multifariam multisque modis locutus est. De redactie van het preconciliaire schema de fontibus revelationis. Een theologiehistorisch onderzoek met bijzondere aandacht voor de Belgische bijdrage.

Karim Schelkens (°1977) studeerde godsdienstwetenschappen, en vervolgens godgeleerdheid aan de KULeuven, waar hij tevens de canonieke graden in de theologie behaalde. In januari 2007 promoveerde hij in Leuven op een proefschrift over de voorbereidingsperiode van het Tweede Vaticaans Concilie, met aandacht voor de Belgische bijdrage hierin Deus Multifariam multisque modis locutus est. De redactie van het preconciliaire schema de fontibus revelationis. Een theologiehistorisch onderzoek met bijzondere aandacht voor de Belgische bijdrage.

De heer Schelkens deed recent postdoctorale studie-ervaring op aan de Canadese Université Laval te Québec en is momenteel als postdoctoraal onderzoeker van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen (FWO), verbonden aan de onderzoekseenheid Geschiedenis van Kerk en Theologie van de KULeuven, evenals aan het interdisciplinaire Centrum voor de Studie van het Tweede Vaticaans Concilie.



2008: Pieter Mannaerts

A Collegiate Church on the Divide: Chant and Liturgy at the Church of Our Lady in Tongeren (10th-15th c.)

Het werk A Collegiate Church on the Divide: Chant and Liturgy at the Church of Our Lady in Tongeren (10th-15th c.) van de heer Pieter Mannaerts werd door de jury tot winnaar verkozen.

Pieter Mannaerts (°1977) studeerde musicologie aan de Katholieke Universiteit Leuven en de Technische Universität Berlin, en rondde deze studie af met een eindverhandeling over de pianosonate van Béla Bartók (2000). Hij is ook kandidaat in de wijsbegeerte (2003).
In het kader van een Max-Wildiersproject deed hij onderzoek naar de symfonische muziek in de voormalige muziekbibliotheek van het N.I.R. (1930-1960). Van oktober 2004 tot oktober 2008 was hij als aspirant van het FWO-Vlaanderen verbonden aan de onderzoekseenheid musicologie van de K.U.Leuven en schreef hij een doctoraat over de liturgische en muzikale eigenheid van het gregoriaanse repertoire aan de kapittelkerk in Tongeren.

Momenteel verricht hij als postdoctoraal onderzoeker bij het FWO-Vlaanderen onderzoek naar het gregoriaans voor heiligen in de Lage Landen. Daarnaast is hij hoofddocent aan het Centrum Gregoriaans in Drongen.

Pieter Mannaerts publiceerde over de symfonische muziek van Vlaamse componisten (Het geheugen van de geluidsfabriek, Univ.Pers Leuven, 2004), over verschillende aspecten van het gregoriaans in de Lage Landen (onder meer Cantus Tungrensis, Alamire, 2006) en muziek in Vlaamse begijnhoven (Beghinae in cantu instructae, Brepols, 2008).



2007: Gert Gielis

In gratia recipimus. Een studie over Nicolaas Coppin (ca. 1476-1535) en de inquisitie in de Nederlanden

In 2007 koos de Commissie van het Fonds de Clercq voor de inzending van de heer Gert Gielis, In gratia recipimus. Een studie over Nicolaas Coppin (ca. 1476-1535) en de inquisitie in de Nederlanden. De jury loofde vooral het feit dat de auteur het moeilijke en omvangrijke onderwerp met zoveel inzicht en creativiteit heeft behandeld. Het werk is de eindverhandeling van de heer Gielis.

Gert Gielis (1982) studeerde Moderne Geschiedenis aan de K.U. Leuven, waar hij zich voornamelijk toelegde op de geschiedenis van de Nieuwe Tijd. De twee thematische pijlers van zijn verhandeling, de Leuvense universiteit in de zestiende eeuw en de geschiedenis van de inquisitie, vormen tevens zijn vakgebied. Om dit verder uit te diepen volgde hij - eveneens aan de KULeuven - een master in Medieval and Renaissance Studies, die hij recentelijk summa cum laude afsloot. Zijn master thesis behandelde enkele onbekende bronnen over de oprichting van de nieuwe bisdommen in de Nederlanden in het fonds Van de Velde (universiteitsarchief Leuven).

Gert Gielis werkte onder andere ook mee op het Leuvense universiteitsarchief en publiceerde enkele artikels over de Leuvense theologen, de inquisitie en de reformatie in de Kempen. Verschillende publicaties zijn in voorbereiding.



2006: Rajesh Heynickx

Meetzucht en mateloosheid: kunst, religie en identiteit in Vlaanderen tijdens het interbellum

Dit jaar koos de Commissie van het Fonds de Clercq voor de inzending van de heer Rajesh Heynickx, Meetzucht en mateloosheid: kunst, religie en identiteit in Vlaanderen tijdens het interbellum. De commissie loofde de grote breedte en creativiteit waarmee het onderwerp van dit werk is behandeld en noemde het boek zowel boeiend als inspirerend. Rajesh Heynickx (1977) studeerde moderne geschiedenis aan de KULeuven en de University of Illinois, en architectuurwetenschappen, eveneens aan de KULeuven. In december 2005 promoveerde hij in Leuven op een proefschrift over de relatie tussen kunst, religie en identiteit tijdens het interbellum in Vlaanderen. De heer Heynickx was ook Research Fellow aan het Duitse Institut für Europäische Geschichte te Mainz en werkt momenteel als postdoctoraal onderzoeker van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen (FWO), verbonden aan de onderzoekseenheid Moderniteit en Samenleving (Mosa) aan de KULeuven.



2005: W. François

Bijbelvertalingen in de Lage Landen (1477-1553). Een kerkhistorische en theologische benadering.

Dr. Wim François studeerde godsdienstwetenschappen aan de universiteit van Leuven bij prof. Dr. L. Kenis en prof. Dr. M. Lamberigts. Na zijn licentie in de godsdienstwetenschappen (1985) behaalde hij de canoniekrechterlijke graden Sacrae Theologiae baccalaureus (1985) en Sacrae Theologiae licentiatus (2003), het licentiaat in de godgeleerdheid (2000) en tenslotte het doctoraat in de godgeleerdheid (2004). Hij is wetenschappelijk medewerker aan de Leuvense Faculteit voor Godgeleerdheid en hij is momenteel houder van een mandaat als postdoctoraal onderzoeker bij het onderzoeksfonds van de KULeuven. Wim François heeft onderzoek verricht naar diverse godsdienstige fenomenen en aspecten, zo o.m. naar de betrokkenheid van de Belgische katholieken met het Leopoldistisch regime in Congo, over de waarheidsbepaling in Kerk en theologie en het vandaag bekroonde onderzoek omtrent de Bijbelvertalingen in de Nederlanden bij het begin van de Moderne Tijden.



2004: Violet Soen

Geen pardon zonder paus! Studie over de complementariteit van het pauselijk en het koninklijk pardon (1570-1574) en over pauselijk inquisiteur-generaal Michael Baius (1560-1576).

Voor het jaar 2004 heeft de Klasse van de Menswetenschappen de inzending bekroond van mevrouw Violet Soen Geen pardon zonder paus! Studie over de complementariteit van het pauselijk en het koninklijk pardon (1570-1574) en over pauselijk inquisiteur-generaal Michael Baius (1560-1576). De leescommissie loofde het werk voor de methodiek, het bijzonder grondige onderzoek van het bronnenmateriaal verspreid over 16 bewaarplaatsen, de eruditie en de historische kritiek.

Mevrouw Soen (1981) studeerde Geschiedenis van de Nieuwe Tijd aan de KULeuven, waar zij met de Grootste Onderscheiding het licentiaat behaalde (2003). Eveneens met de Grootste Onderscheiding werd zij D.E.S. en études européennes aan de UCL (2004). De dubbele belangstelling voor enerzijds de geschiedenis en anderzijds de Europese studies heeft zij nog aangevuld met een extracurriculair dipoma in de Muziekgeschiedenis, behaald aan de Stedelijke Academie voor Woord, Muziek en Dans van Waregem (1999). Momenteel is zij aspirant van het FWO-Vlaanderen verbonden aan de KULeuven, Departement Geschiedenis, afdeling Nieuwe Tijd.



2003: Roel de Goof

Omnia instaurare in Christo. Kerk, staat en onderwijs in België van 1830 tot 1919. Een analyse van de impact van het episcopaat en de katholieke partij op de schoolpolitieke besluitvorming in het licht van de spanning tussen katholiek integralisme en mode

Roel de Groof (°1965) is doctor in de geschiedenis (VUB, 1993), en tevens bijzonder licentiaat in het internationaal en Europees recht (VUB, 1988). Hij is verbonden als doctor-onderzoeker aan het Centrum voor de Interdisciplinaire Studie van Brussel (BRUT) en als doctor-assistent aan de vakgroep geschiedenis van de VUB. Roel de Groof verrichtte onderzoek over kerk, staat en onderwijs in België (1830-1919), in het bijzonder over de schoolstrijd, maar ook over de rol van drukkingsgroepen in de taalpolitieke en communautaire besluitvormingsprocessen. Zijn meest recente wetenschappelijk artikel handelt over de kwestie van Groot-Brussel (1830-1940) en behelst een analyse van de voorstellen tot eenmaking, annexatie, fusie, federatie en districtvorming van Brussel en zijn voorsteden sedert 1830. Zijn lopend onderzoek gaat over de (inter)nationale besluitvorming inzake de erkenning van Brussel als internationale, Europese en Atlantische hoofdstad en over de positie van Brussel in het wereldsysteem van politieke metropolen.



2002: Jeroen Deploige

Hagiografische strategieën en tactieken tegen de achtergrond van kerkelijke en maatschappelijke vernieuwingstendensen. De Zuidelijke Nederlanden, ca 920 - ca 1320.

Jeroen Leploigne (°1972) studeerde geschiedenis aan de Universtiteit Gent (licentiaat 1995 met de Grootste Onderscheiding), waar hij het doctoraat behaalde op 29 april 2002 cum laude. Hij is een specialist van de middeleeuwse hagiografie, met aanvankelijk de figuur van Hildegard van Bingen als onderzoeksterrein. Dit breidde zich later uit tot een globaal en diachronisch onderzoek van heiligenlevens in de Zuidelijke Nederlanden, met een bijzondere aandacht voor de ideeëngeschiedenis en de maatschappelijke consequenties die daaraan verbonden zijn. De resultaten hiervan werden neergelegd in een magistraal doctoraat dat vandaag wordt bekroond met de Mgr. C. De Clercqprijs.



2001: Toon Quaghebeur

De concursus in het aartsbisdom Mechelen 1586-1786. Pastoorbenoemingen in het beneficiale landschap van de Nieuwe Tijd.

Toon Quaghebeur (°1971) volgde de seminarieopleiding en theologische studies aan het Grootseminarie van Brugge (1995). Hij behaalde het baccalaureaat in de Wijsbegeerte (KULeuven 1993) en per affiliatie werd hem aan dezelfde universiteit het baccalaureaat in de theologie toegekend (1996). Aan de Pontificia Universita Gregoriana in Rome behaalde hij het licentiaat in de dogmatiek (1998) en opnieuw aan de KULeuven werd hij licentiaat in de Godgeleerdheid (1999) en de Moderne Geschiedenis (2000). Op dit ogenblik is hij in Leuven aspirant van het FWO-Vlaanderen en bereidt hij een doctoraat voor over de Leuvense theologen en hun rol in Kerk en Staat van 1617 tot 1730.



2000: Ruth Timmermans

Het Convent van Betlehem, een half millennium vrouwelijke spiritualiteit en bedrijvigheid

Ruth Timmermans werd geboren op 23 oktober 1974 in Bonheiden. In 1996 behaalde ze haar licentiaatdiploma in de moderne Geschiedenis aan de Katholieke Universiteit Leuven. Voor haar eindverhandeling "De christelijke arbeidersbeweging in Congo: tussen beschaven en emanciperen (1945-1961)" kreeg ze grote onderscheiding. Van 1996 tot 1999 was ze bij het KADOC in Leuven verbonden als wetenschappelijke medewerker aan het onderzoeks- en publicatieproject "Geschiedenis van het Convent van Betlehem Duffel/Oisterwijk (1500-2000)". In november 1999 werd ze aan hetzelfde centrum archiefmedewerkster en startte ze een project rond specifiek kloosterarchief. En vanaf december 1999 is ze deeltijds docent aan het Departement geschiedenis van de KULeuven. Ruth Timmermans heeft intussen al zeven wetenschappelijke publicaties op haar naam staan.



1999: M. Vandenberghe

Leven in het Kortrijkse begijnhof 1585-1789



1998: H. Eynikel

Damiaan, de definitieve biografie



1997:

Antwerpen in de tijd van de reformatie. Ondergronds protestantisme in een handelsmetropool 1550-1577.



1996: D. Leyde

Leven en leren in de Mammenstraat. De augustijnen te Antwerpen in de 17de en 18de eeuw. Dagelijks leven in het klooster en op het college.



1994: M. Lamberights

L'Augustinisme à l'ancienne faculté de Théologie de Louvain



1993: M. De Vroede

Kwezels en zusters. De geestelijke dochters in de Zuidelijke nederlanden in de 17de en 18de eeuw.



1992: J. Ockeley

De gasthuiszusters, en hun ziekenzorg in het Aartsbisdom Mechelen



1991: H. Storme

Preekboeken en prediking in de Mechelse kerkprovincie in de 17de en 18de eeuw



1990: L. Kenis

De theologische faculteit te Leuven in de negentiende eeuw (1834-1889)



1988: M. Marinus

Laevinus als tweede bisschop van Antwerpen (1587-1595)



1987: M. Cloet

Het bisdom Brugge (1559-1984), Bisschoppen, priesters en gelovigen