Fondsprijzen

De Fondsprijzen zijn prijzen die voortkomen uit de legaten die aan de Academie werden toevertrouwd.

 

Prijs voor een belangrijk oorspronkelijk kunsthistorisch of historisch werk over de Nederlanden tot het jaar 1900, dat in grote mate steunt op archivalische bronnen.

Op 10 maart 2004 overleed Erik Duverger, kunsthistoricus met specialisatie in de kunstgeschiedenis van de Moderne Tijden en met bijzondere belangstelling voor de tapijtweefkunst, lid van de Klasse van de Kunsten. Ter nagedachtenis van zijn wetenschappelijk werk heeft mevrouw Duverger beslist om een fonds te stichten binnen de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten ter financiering van een prijs Erik Duverger, die om de twee jaar een belangrijk oorspronkelijk kunsthistorisch of historisch werk zal bekronen dat handelt over de Nederlanden tot het jaar 1900 en dat in grote mate steunt op archivalische bronnen. Dat zowel kunsthistorisch als historisch werk kan worden bekroond en het belang dat wordt gehecht aan het archiefonderzoek als argumentatie bij de toekenning, hebben met zich meegebracht dat deze prijs wordt toegekend door zowel de Klasse van de Kunsten als door de Klasse van de Menswetenschappen

Bedrag voor deze prijs: 5000
Deze prijs wordt tweejaarlijks uitgereikt.

Oproep jaargang 2019: aanvragen zijn nog mogelijk en moeten ons bereiken voor 30-04-2019

Prijs voor een belangrijk oorspronkelijk kunsthistorisch of historisch werk over de Nederlanden tot het jaar 1900, dat in grote mate steunt op archivalische bronnen.

Petra Maclot
KU Leuven

The Status of Stone. Urban Identity and the Typological Discourse of Private Houses in the Antwerp City during the Long Sixteenth Century
Stenen Status. Stedelijke Identiteit en het Typologische Discours van Particuliere Huizen in de Stad Antwerpen tijdens de Lange Zestiende Eeuw

De stad Antwerpen fungeert als casus voor de studie van de stedelijke huisvesting tussen de late 15de en vroege 17de eeuw, niet volgens vormgeving of constructiewijze, maar volgens functionele en sociale aspecten. In tegenstelling tot de algemeen gangbare morfologische typologie, analyseert de hier ontwikkelde functietypologie huizen op hun inhoudelijke kenmerken - voor wie en volgens welk programma -, en slechts in tweede instantie door wie en hoe. De multidisciplinaire aanpak combineert de interpretatie van diverse iconografische en archivalische bronnen met de bouwarcheologische ontleding van vele materiële restanten. De daaruit gedistilleerde basiscomponenten resulteren in een indeling tot vier basistypes - éénkamerwoning, winkelwoonhuis, koopmanswoning, elitewoning - die de sociale stratigrafie weerspiegelt, en de identiteit en onderlinge verhoudingen tussen groepen blootlegt. Vormelijke aspecten onderlijnen hun specifieke status. Deze handelsmetropool was een burgergemeenschap met dominant commercieel karakter en zonder adellijke aanwezigheid, maar de methode biedt een coherent systeem om gelijk welke gemeenschap af te lezen via haar huizentypes. Ondanks diverse gebeurtenissen blijken basistypes zeer persistent en veranderen pas naargelang de sociale structuur wijzigt: de vele ‘vreemdelingen’ integreerden zich, maar de Scheiding der Nederlanden was een kenterpunt inzake sociale mobiliteit en reflecteerde in hybride modellen.

Petra Maclot (°Antwerpen, 1954) behaalde in 2014 het doctoraat Ingenieurswetenschappen/Architectuur aan de KU Leuven en verwerkte hierin haar diverse ervaringen. Sinds 1989 is ze zelfstandig bouwhistorica met een multidisciplinaire benadering, waarbij ze haar verschillende opleidingen combineert - Interieurontwerpen, Monumenten & Landschappen, Geschiedenis en ook veldwerkervaring in archeologie. Behalve professioneel onderzoeker en adviseur inzake monumentenzorg en restauratie, is ze sinds 1982 ook actief lid bij een plaatselijke vereniging, met acties tegen afbraak en mismeestering van oude gebouwen. Ze is geïnteresseerd in alle perioden en aspecten van bebouwing, maar werkt vooral in Antwerpen, met een voorkeur voor particuliere woningbouw en in het bijzonder de 16de-eeuwse typologie en interieurafwerking. Dit resulteerde in een aanzienlijk aantal rapporten en publicaties over vondsten en situaties: beschilderde muren en plafonds, biografieën van architecten en gebouwen, benadering en methode inzake bouwblokonderzoek en typologische analyse, kritische bedenkingen inzake overheidsbeleid en opleiding. Onlangs ruilde ze haar loopbaan als aannemer in voor een aanstelling als postdoctoraal onderzoeker bij het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen,en wijdt ze zich volledig aan haar project over woningen en ateliers van visuele kunstenaars in Antwerpen tijdens het Ancien Régime.

 


Leen Kelchtermans
Leen Kelchtermans (°1986) wordt bekroond met de Erik Duvergerprijs 2015 voor haar proefschrift Geschilderde gevechten, gekleurde verslagen. Een contextuele analyse van Peter Snayers’ (1592-1667) topografische strijdtaferelen voor de Habsburgse elite tussen herinnering en verheerlijking. Het handelt over één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de 17de-eeuwse strijdiconografie en omvat drie componenten. Deze zijn gewijd aan Snayers’ sociale netwerken in Antwerpen en Brussel, aan zijn accurate en op maat gemaakte topografische strijdtaferelen en aan de Habsburgse adel die deze kunstwerken bestelde om haar militaire verwezenlijkingen te verheerlijken. Dit proefschrift vormt de eerste systematische studie over Snayers’ topografische oeuvre. Bovendien stelt het een geheel nieuwe kijk op het genre voor. Vroegmoderne oorlogstaferelen worden voor het eerst op een contextuele en cross-disciplinaire wijze onderzocht. Archiefonderzoek, vergelijkend iconografisch onderzoek en onderzoeksstrategieën ontleend aan de kunstwetenschappen, cartografie, letterkunde, bouwkundige, militaire, politieke en sociaal-economische geschiedenis worden toegepast om de verschillende betekenislagen van dergelijke taferelen te doorgronden.

Leen Kelchtermans studeerde Kunstwetenschappen aan de KU Leuven (2004-2008). In 2009 voltooide ze de Onderzoeksmaster Kunstwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Ze liep ook stage in het Rijksmuseum aldaar, waar ze onderzoek deed naar de herkomst van de 17de-eeuwse schilderijencollectie. Van 2009 tot 2013 was ze als Aspirant van het FWO-Vlaanderen verbonden aan de KU Leuven. Van 2013 tot 2015 was ze postdoctoraal onderzoeker in de Kunstwetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel is ze gastprofessor Kunst-, cultuur- en designgeschiedenis aan de LUCA School of Arts te Genk. Leen Kelchtermans publiceerde in internationale tijdschriften zoals Print Quarterly en Oud Holland en schreef meerdere hoofdstukken in wetenschappelijke publicaties. Ze was ook co-redacteur van wetenschappelijke boeken en gaf verschillende lezingen op binnen- en buitenlandse conferenties.

Beatrijs Wolters van der Wey

Groepsvertoon. Publieke groepsportretten in Brabant 1585-1800: studie vanuit maatschappelijk, typologisch en iconografisch oogpunt en kritische catalogus.

Beatrijs Wolters van der Wey promoveerde in 2012 aan de KU Leuven op het proefschrift Groepsvertoon. Publieke groepsportretten in Brabant 1585-1800: studie vanuit maatschappelijk, typologisch en iconografisch oogpunt en kritische catalogus Dit doctoraat werd uitgevoerd in interdisciplinair perspectief in het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium. Het bekroonde werk is een dieptestudie naar de groepsportretten van gilden, magistratencolleges,… geschilderd in Brabant tijdens het Ancien Régime. Er werd aandacht besteed aan het materiële ontstaansproces en het typologische, iconografische en maatschappelijk oogpunt (zoals de opdrachtgevers, de keuze van de kunstenaar, de prijzen enz.).


Violet Soen

Vredehandel - Adellijke en Habsburgse verzoeningspogingen tijdens de Nederlandse Opstand (1564-1581)

Violet Soen (° 1981) is als docent verbonden aan de onderzoekseenheid Nieuwe Tijd van de KULeuven. Haar onderzoeksinteresses gaan uit naar religie en staatsvorming in de vroegmoderne periode, en dat met een bijzondere geografische aandacht voor Spanje, Frankrijk en de Nederlanden. Ze studeerde geschiedenis in Kortrijk, Leuven en Bielefeld en Europese Studies in Louvain-la-Neuve. In oktober 2008 promoveerde zij op een proefschrift over vrede, verzet en verzoening tijdens de Nederlandse Opstand. Daarna werd ze Max Weber Fellow aan het European University Institute in Firenze. In het voorjaar van 2011 was ze verbonden aan de École des Hautes Études en Sciences Sociales in Parijs. Ze is redactielid bij de Revue d'Histoire ecclésiastique en lid van de Raad van bestuur van het Reformation Research Consortium (RefoRC), de Vlaams-Nederlandse Vereniging voor Nieuwe Geschiedenis (VNVNG) en de Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij (KZM).

De KVAB publiceerde in 2007 haar monografie 'Geen pardon zonder paus! Studie over de complementariteit van het pauselijke en koninklijke generaal pardon (1570-1574) en over inquisiteur-generaal Michael Baius (1560-1576)', bekroond met de Mgr. De Clercqprijs. Haar nu gelauwerde studie 'Vredehandel. Adellijke en Habsburgse verzoeningspogingen tijdens de Nederlandse Opstand (1564-1581)' zal binnenkort verschijnen bij Amsterdam University Press. Voor deze studie verrichtte ze uitgebreid archivalisch onderzoek in Spanje, Italië, Frankrijk en België.


Pieter Martens

Militaire architectuur en vestingoorlog in de Nederlanden tijdens het regentschap van Maria van Hongarije (1531−1555). De ontwikkeling van de gebastioneerde vestingbouw.

Pieter Martens (°1976) behaalde in 1999 het diploma van burgerlijk ingenieur architect aan de KULeuven. In het kader van zijn eindejaarsverhandeling over de Italiaanse context van de vroegbarokke koepelkerk te Scherpenheuvel studeerde hij tevens aan de Università degli Studi di Roma La Sapienza.
Na zijn studies werd hij lid van de onderzoeksgroep Architectuurgeschiedenis en Monumentenzorg (Departement Architectuur, Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening, K.U.Leuven) en was hij als navorser achtereenvolgens werkzaam op een FWO-project over de militaire bouwpraktijk in de Lage Landen tijdens de zestiende eeuw (2000-2003) en een VNC-project over de uitstraling van de architectuur uit de Nederlanden in het vroegmoderne Europa (2006-2009).
Sinds 2009 is hij eveneens verbonden aan de Provinciale Hogeschool Limburg (Departement Architectuur en Beeldende Kunst) als docent Cultuurwetenschappen. Daarnaast was hij bursaal van het Belgisch Historisch Instituut te Rome (2004) en lid van het wetenschappelijk comité van het project Fortimedia, dat het Europese vestingbouwkundige erfgoed documenteerde (2004-2005).
In opdracht van het Musée National d’Histoire et d’Art (Luxemburg) voerde hij historisch onderzoek ter voorbereiding van de tentoonstelling “Un Prince de la Renaissance. Pierre-Ernest de Mansfeld (1517-1604)” (2004-2007).
In 2009 behaalde hij het doctoraat in de ingenieurswetenschappen aan de KULeuven, onder leiding van prof. Krista De Jonge, met het proefschrift “Militaire architectuur en vestingoorlog in de Nederlanden tijdens het regentschap van Maria van Hongarije (1531−1555). De ontwikkeling van de gebastioneerde vestingbouw”, dat door de Academie werd bekroond met de Erik Duvergerprijs.


Martine Vanwelden

Productie van wandtapijten in de Regio Oudenaarde: een symbiose tussen stad en platteland (15de tot 17de eeuw)

Martine Vanwelden (°1956) studeerde geschiedenis van de Nieuwe Tijd en instellingengeschiedenis aan de KULeuven. Zij nam het beroemde tapijtweversambacht van Oudenaarde vanaf het einde van de middeleeuwen tot in de 17de eeuw als studieobject, waarbij zij haar onderzoek niet beperkte binnen het kader van de instellingengeschiedenis, maar zij lichtte ook de sociaal-economische, de technische en de culturele aspecten van het bedrijf door, en deed dit op basis van jarenlang archiefonderzoek. Reeds in 2002 was zij laureaat van de Etienne Sabbeprijs voor textielgeschiedenis voor de tentoonstellingscatalogus Oudenaardse wandtapijten van de 16de tot de 18de eeuw.