Frans van Cauwelaertprijs

Prijs voor een oorspronkelijk, in het Nederlands gesteld werk van onbetwistbaar wetenschappelijke waarde.

Deze prijs wordt afwisselend toegekend aan vervolgens:

  • Humane wetenschappen: economische, pedagogische, psychologische, rechtskundige, sociale en politieke wetenschappen (2018)
  • Exacte wetenschappen: biomedische wetenschappen (2019)

  • Humane wetenschappen: archeologische, filosofische, geschiedkundige, morele en taalkundige wetenschappen (2020)
  • Exacte wetenschappen: natuur-, ingenieurs- en wiskundige wetenschappen (2021)

Bedrag voor deze prijs: 7500
Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt.

Oproep jaargang 2018: aanvragen zijn nog mogelijk en moeten ons bereiken voor 30-04-2018

In 2018 wordt de prijs uitgereikt in de humane wetenschappen: economische, pedagogische, psychologische, rechtskundige, sociale en politieke wetenschappen.

Philippe Tassin
VUB

De Frans van Cauwelaertprijs 2017 in de exacte wetenschappen (natuur-, ingenieurs- en wiskundige wetenschappen) wordt uitgereikt aan prof. dr. Philippe Tassin.

Philippe Tassin is geboren in België en heeft aan beide zijden van de Atlantische Oceaan gewoond. Reeds op 17-jarige leeftijd toonde hij zijn interesse voor wetenschap tijdens de internationale chemieolympiade in Kopenhagen, waar hij een bronzen medaille in de wacht sleepte. Hij volgde de opleiding burgerlijk ingenieur aan de Vrije Universiteit Brussel, waar hij in 2005 met felicitaties afstudeerde. Daarna begon hij met zijn onderzoek naar optische metamaterialen, waarvoor hij een doctoraat in de toegepaste wetenschappen ontving, eveneens met felicitaties van de jury. Tijdens en na zijn doctoraat deed hij onderzoek in onder meer Griekenland (Universiteit van Kreta), de Verenigde Staten van Amerika (Iowa State University en Ames Laboratory) en Zweden (Chalmers University en Technology). Als hoofddocent leidt Philippe Tassin nu een onderzoeksteam dat de wisselwerking van licht met nieuwe nanofotonische materialen bestudeert. Zulke materialen laten toe om licht te manipuleren op manieren die niet mogelijk zijn met natuurlijke materialen. Het onderzoek van zijn team wordt veelvuldig gepubliceerd in vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften, zoals Science, Physical Review Letters en Nature Photonics, en toegelicht tijdens lezingen op internationale conferenties. Daarnaast doceert prof. Tassin natuurkunde en optica en is hij actief in de wetenschapspopularisering en de promotie van wetenschap en technologie bij jongeren. Onder andere geeft hij voordrachten op middelbare scholen en is hij betrokken bij wetenschapstentoonstellingen, wetenschapsfestivals en de website ikhebeenvraag.be.


Steffen Ducheyne
VUB
De Frans van Cauwelaertprijs 2016 in de humane wetenschappen, in de morele, archeologische, historische en filosofische wetenschappen wordt uitgereikt aan prof. dr. Steffen Ducheyne voor zijn uitmuntend en internationaal gewaardeerd onderzoek over de ontwikkeling van de wetenschappelijke methode van de 17de tot de 19de eeuw, o.m. bij Isaac Newton en vele andere geleerden.

Piet Ost
UGent
Kankeronderzoek
In 2006 startte Piet Ost aan zijn specialisatie-opleiding radiotherapie aan de Universiteit Gent. In de periode 2009 – 2011 onderbrak hij zijn specialisatie om zijn doctoraat af te leggen met als thema hoge-dosis postoperatieve radiotherapie bij prostaatkanker, met Prof. Gert De Meerleer als promotor. In de volgende jaren bleef hij onderzoek combineren met klinische activiteiten in het UZ Gent. In 2012 volgde de erkenning als radiotherapeut en verwierf hij een fundamenteel klinisch mandaat van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek. Dit mandaat liet toe om het onderzoeksdomein rond beperkt uitgezaaide prostaatkanker verder uit te bouwen. Na de publicatie van de eerste beloftevolle resultaten werd er financiering van Kom op tegen Kanker verkregen om de eerste gerandomiseerde studie op te starten. Ondertussen zijn er reeds 8 A1 publicaties verschenen en werd de gerandomiseerde studie succesvol afgerond. Tevens promoveerde Dr. Karel Decaestecker (uroloog) recent op dit onderwerp met Dr. Ost als promotor. In oktober 2015 werd Piet Ost ook aangesteld als docent aan de universiteit Gent waarbij hij verantwoordelijk zal zijn om een nieuw onderzoeksdomein uit te bouwen rond de positieve effecten van radiotherapie op het immuunsysteem. Recente studies tonen aan dat radiotherapie het immuunsysteem kan activeren om tumorcellen te doden.Prof. Dr. Piet Ost publiceerde meer dan 55 A1-papers en presenteerde zijn onderzoeksresultaten op verschillende internationale congressen.

Orhan Agirdag

Orhan Agirdag is in 1984 geboren als laatste kindje van een Limburgs mijnwerkersgezin. Na zijn middelbare studies in Heusden-Zolder, studeerde hij Sociologie aan de KU Leuven, waar hij in 2007 met onderscheiding afstudeerde. Vanaf 2008 werkte hij als bursaal aan de Universiteit Gent binnen het kader van een FWO-project onder de begeleiding van Mieke Van Houtte en Piet Van Avermaet. In 2011 promoveerde Orhan Agirdag tot Doctor in de Sociologie met een onderzoek naar de gevolgen van schoolsegregatie in Vlaanderen.

Agirdags doctoraatsproefschrift werd achtereenvolgens bekroond met de Charles Ullens Prijs van de Koning Boudewijn Stichting, met de Prijs van de Stichting P&V voor onderzoek naar uitgesloten jongeren en met de dissertatieprijs van de Vereniging voor Onderwijsresearch en het Vlaams Forum voor Onderwijsonderzoek.

Na zijn doctoraat behaalde Orhan Agirdag een Fellowship van de Belgian American Education Foundation en een Honorary Fellowship van de Fulbright Commission, en was hij als visiting scholar verbonden aan de prestigieuze University of California Los Angeles. Sinds april 2014 is hij als docent verbonden aan Universiteit van Amsterdam waar hij onderwijsbeleid doceert en waar hij een VENI-beurs heeft ontvangen van het NWO voor een onderzoek naar meertaligheid in het onderwijs.
In zijn onderzoek combineert Orhan Agirdag inzichten van sociologie, onderwijskunde en linguïstiek. Meer specifiek bestudeert hij hoe brede maatschappelijke tendensen zoals groeiende etnische diversiteit en technologische ontwikkelingen een invloed hebben op verschillende onderwijsprocessen. Hierbij hanteert hij zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderzoekmethoden. Zijn werk is gepubliceerd in meer dan 20 internationale journals en als verschillende hoofdstukken in boeken.

In eerste instantie gaat het in Agirdags werk om fundamenteel onderzoek, maar hij maakt regelmatig de vertaling naar de praktijk en het beleid. De voorbije jaren is hij daarom uitgenodigd op tientallen evenementen voor een lezing of om deel te nemen aan een debat. Ook treedt hij regelmatig op in de Vlaamse media met bijdragen over onderwijs en samenleving. Op basis van zijn gehele curriculum wordt Orhan Agirdag bekroond met de prijs van het Frans van Cauwelaertfonds 2014.


Koen Abts

Koen Abts is geboren in Leuven (°1975) en deed zijn middelbare studies in het Sint-Pieterscollege aldaar. Hij studeerde Sociologie aan de KU Leuven (1993-1997) en Quantitative Analysis in the Social Sciences aan de KU Brussel (1997-1999). In beide gevallen studeerde hij af met grote onderscheiding. In 2000 verbleef hij aan het Gallup Research Center van University of Nebraska-Lincoln. Van 2000 tot 2004 was hij Aspirant van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen. In de periode nadien was hij als veldwerkcoördinator betrokken bij verschillende surveyonderzoeken zoals de Woonsurvey Vlaanderen (2005); het Belgische Verkiezingsonderzoek (2007; 2010; 2014); European Values Study (2009); en was hij mede verantwoordelijk voor de organisatie van de Values and Poverty Study (2011-2014) in Guyana. Tussendoor werkte hij aan het Centrum voor Sociologisch Onderzoek verder aan zijn doctoraat. Onder begeleiding van Marc Swyngedouw promoveerde Abts in 2012 tot Doctor in de Sociale Wetenschappen met een onderzoek naar de relatie tussen maatschappelijk onbehagen en populistische denkbeelden. 

De doctoraatsstudie gaat na hoe maatschappelijke veranderingen – globalisering, migratie en individualisering – de gevestigde grensafbakeningen, culturele classificatieschema’s, sociale basiszekerheden en politieke identiteiten van de nationale en verzuilde klassensamenleving hebben ondergraven, wat resulteert in heel wat onbehagen en nieuwe culturele en sociaaleconomische conflicten van integratie versus demarcatie die politiek gemobiliseerd kunnen worden. De omvangrijke studie behandelt deze kwestie op twee manieren. Ten eerste werd de relatie tussen laatmoderniteit, maatschappelijk onbehagen, populisme en democratie nader theoretisch uitgewerkt. De inzet was een algemene maatschappijdiagnose die nagaat wat de crisis van de georganiseerde moderniteit betekent; waar het maatschappelijke onbehagen vandaan komt; hoe populisten daar op (kunnen) inspelen en hoe het populisme zich verhoudt tot de liberale democratie. Ten tweede werd via empirisch onderzoek nagegaan welke bemiddelende rol het maatschappelijke onbehagen vervult in de verklaring van autoritair-etnocentrische denkbeelden, politiek cynisme en extreemrechts stemgedrag bij kiezers. Hiertoe werden zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderzoeksmethoden gehanteerd.

Na zijn doctoraat gaf Koen Abts enkele inleidende vakken sociologie aan de KU Leuven en was hij als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Centrum voor Sociologisch Onderzoek. Korte tijd verbleef hij ook aan de Waseda University in Tokyo. Sinds oktober 2014 is hij als Chargé de Recherches van het FNRS verbonden aan Centre d’Etude de l’Opinion van de Université de Liège en als Research Fellow aan het Instituut voor Sociaal en Politiek Opinieonderzoek (KU Leuven), waar hij het Belgisch Verkiezingsonderzoek van 2014 mee coördineert. In zijn onderzoek richt hij zijn aandacht ondertussen meer en meer op de invloed van sociale veranderingen op de houdingen van burgers ten aanzien van de nationale welvaartsstaat en een sociaal Europa. Daarbij wordt tevens nagegaan hoe etnische minderheden denken over solidariteit en welvaartsstaat en in welke mate hun attitudes verschillen met laaggeschoolde autochtonen. Ten slotte blijft hij verder werken op thema’s zoals onbehagen, sociale attitudes, populisme, Euroscepticisme en surveyonderzoek.

Naast fundamenteel wetenschappelijk onderzoek hecht hij tevens belang aan de vertaling van onderzoeksresultaten naar de brede samenleving. Zo is hij betrokken bij meerdere Nederlandstalige publicaties die zich richten op het brede publiek (‘Nieuwe tijden, nieuwe mensen’ of ‘Vlaanderen Kiest’) en komt hij regelmatig in de media – zowel televisie, radio als dagbladen – met onderzoeksresultaten die voortkomen uit de diverse publieksonderzoeken. Op deze manier poogt hij op basis van wetenschappelijke expertise het maatschappelijke debat mee te voeden.


Leen Decin

Leen Decin behaalde in 1996 aan de KU Leuven het diploma van licentiaat in de Wiskunde, optie Wiskundige Natuurkunde en Sterrenkunde. Dankzij een beurs van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, Vlaanderen (FWO) kon ze een doctoraat starten aan de KU Leuven, onder begeleiding van Prof. Christoffel Waelkens. In mei 2000 behaalde ze de titel van doctor in de wetenschappen met een onderzoek naar het gebruik van theoretische atmosfeerspectra van koude standaardsterren voor de kalibratie van infrarode spectrometers.

Van 2000 t.e.m. 2010, werkte ze als post-doctoraal onderzoeker van het FWO-Vlaanderen aan de KU Leuven. Sinds 2004 was ze tevens voor 20% geassocieerd met het sterrenkundig instituut ‘Anton Pannekoek’ van de Universiteit van Amsterdam. In 2010 werd ze benoemd aan hoofddocent aan de KU Leuven, in 2013 is ze gepromoveerd tot hoogleraar. Voor haar onderzoek reist Leen Decin de wereld rond, waarbij een onderzoeksverblijf typisch enkele dagen tot enkele maanden duurt.

Ondertussen heeft haar onderzoek zich uitgebreid. Ze bestudeert nu tevens de chemische en dynamische processen in de sterrenwinden van geëvolueerde sterren. In 2010 publiceerde ze een artikel in Nature over de ontdekking van warme waterdamp in de sterrenwind van een heldere koolstofrijke ster. In 2011 kreeg ze een beurs van de universiteit Leuven om een interdisciplinaire onderzoeksgroep te starten rond exoplaneten. Samen met collega's van het departement chemie en het departement wiskunde ontwikkelen ze nu gesofisticeerde theoretische modellen om de spectra van exoplaneten te interpreteren.


Pieter De Leemans

Aristoteles Latinus XVII 1.III De motu animalium. Fragmenta translationis anonymae et Translatio Guillelmi de Morbeka en XVII 2.II-III De progressu animalium. Translatio Guillelmi de Morbeka

Pieter De Leemans heeft de middeleeuwse vertalingen van Aristoteles’ zoölogische geschriften ‘De progressu animalum’ en ‘De motu animalum’ kritisch onder de loep gelegd. ‘De progressu animalum’ behandelt de techniek van het bewegen bij diersoorten. Met zijn ‘De motu animalum’ probeerde Aristoteles de principes en de oorzaak te achterhalen van diverse soorten beweging zoals lopen, zwemmen en vliegen. De Latijnse vertalingen gestoeld op Griekse bronteksten gaan terug tot de 13de eeuw. De Duitse filosoof en theoloog Albertus Magnus bediende zich van een – nu verloren – tekst van een anonieme vertaler. Een tweede vertaling is van de hand van de Vlaamse monnik Willem van Moerbeke en dagtekent van omstreeks 1260. Ze kende een ruime verspreiding, onder mee aan de Universiteit van Parijs. Met de reconstructie van Albertus Magnus’ werk probeerde onderzoeker De Leemans een methode te ontwikkelen die als model kan dienen voor toekomstige gelijkaardige reconstructies. Ook werpt ze een licht op de werkwijze en het gedachtegoed van Albert Magnus. De Leemans’ editie van Willem van Moerbekes vertaling laat toe om een beter zicht te krijgen op de werkmethode van een van de grootste middeleeuwse Aristotelesvertalers en op de verspreiding van zijn werk aan de Universiteit van Parijs.

Professor Pieter De Leemans studeerde Taal- en Letterkunde, Grieks en Latijn aan de KU Leuven. Momentaal is hij als doctor assistent werkzaam aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte te Leuven en aan de Faculteit Letteren van de KU Leuven. Tevens is hij aan de UGent gastprofessor Latijnse Letterkunde.


Mike Kestemont

Mike Kestemont werd gelauwerd omwille van zijn doctoraal proefschrift ‘Het Gewicht van de auteur – Een onderzoek naar stylometrische auteursherkenning in de Middelnederlandse epiek’. Voor zijn onderzoek naar het eindrijm in de Middelnederlandse epiek, ca 1200-1500, schakelde Mike Kestemont informatica als hulpmiddel in. Hij ontwikkelde een algoritme om via een stijlanalyse de auteur te achterhalen. Zo ontdekte hij dat de anonieme dichter van ‘Karel ende Elegast’ ook de auteur is van de oudste Middelnederlandse roman over ridder Lancelot en koning Arthur en de roman over de Afrikaanse ridder Moriaen. Dat de drie werken van de hand waren van dezelfde auteur berustte totnogtoe op een hypothese. De onderzoeksbenadering van Kestemont bezorgt de hypothese nu een stevige onderbouw. Computeranalyse voor de controle van het auteurschap van hedendaagse schrijvers is vrij courant, maar voor Middelnederlandse teksten is die techniek baanbrekend te noemen.

Doctor Mike Kestemont is vorser bij het FWO-Vlaanderen en lid van twee onderzoeksgroepen aan de Universiteit Antwerpen: het Instituut voor de studie van de Letterkunde in de Nederlanden en het Computational Linguistics and Psycholinguistics Research Center (CLiPS).


Joris Vriens

Transient Receptor Potential kanalen in thermosensatie en pijn.

Het onderzoek van Joris Vriens situeert zich in het domein van ionenkanalen. Transient Receptor Potential (of TRP) kanalen zijn microscopisch kleine sluisjes die zich in het celmembraan bevinden. Deze TRP kanalen kunnen zich openen en sluiten onder invloed van heel uiteenlopende prikkels vanuit onze omgeving (smaken, geuren, giffen, kruiden, plantenextracten, temperatuursveranderingen, …) en functioneren als cellulaire sensoren. Het bekroonde werk ‘TRP kanalen in thermosensatie en pijn’ bespreekt de rol van TRP kanalen in het detecteren van warme temperaturen. Een snelle detectie van schadelijke warmte is van levensbelang in het voorkomen van brandwonden en pijn. Bij zoogdieren gebeurt de detectie van temperaturen door sensorische zenuwuiteinden die gelegen zijn net onder onze huid. In het gepresenteerde werk, heeft Vriens het ionenkanaal TRPM3 geïdentificeerd als een nieuwe ‘hitte detector’. Muizen zonder het TRPM3 gen zijn minder gevoelig voor warmte stimuli en ontwikkelen geen overgevoeligheid voor warmte bij ontstekingen. Deze nieuwe ontdekkingen maken TRPM3 een veelbelovend target voor de ontwikkeling van nieuwe pijnstillende geneesmiddelen.

Joris Vriens (°1978) is verbonden aan de KULeuven waar hij in 2000 afstudeerde als licentiaat in de Biologie. In 2001 werd hij opgenomen in de onderzoeksgroep van ionenkanalen onder leiding van prof Bernd Nilius waar hij in 2005 promoveerde hij tot Doctor in de Biomedische wetenschappen. Als postdoctorandus van het FWO verhuisde hij van 2006 tot 2007 naar Harvard Medical School te Boston. Hij keerde in 2008 terug naar het labo voor ionenkanaal onderzoek aan de KULeuven. In 2011 werd hij gepromoveerd tot professor en startte zijn eigen onderzoeksgroep binnen het laboratorium experimentele Verloskunde – gynaecologie aan de KULeuven.


Stefaan Pleysier

Angst voor criminaliteit onderzocht. De brede schemerzone tussen alledaagse realiteit en irrationeel fantoom.

Stefaan Pleysier (°1975) is verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC) van de K.U.Leuven. Hij is Licentiaat in de Sociologie (K.U.Leuven), Master Quantitative Analysis in the Social Sciences (K.U.Brussel), en promoveerde in 2009 als Doctor in de Criminologie (K.U.Leuven – FWO financiering) op een proefschrift met als titel Angst voor criminaliteit onderzocht. De brede schemerzone tussen alledaagse realiteit en irrationeel fantoom. Het is voor deze studie, en meer in het bijzonder het manuscript dat ondertussen onder dezelfde titel werd gepubliceerd als boek bij Boom Juridische uitgevers, dat hij de Frans Van Cauwelaertprijs 2010 ontvangt.

Stefaan Pleysier is sedert oktober 2010 voltijds docent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de K.U.Leuven, waar zijn lesopdrachten zich met name situeren op het domein van de jeugdcriminologie en de methoden van het sociaal-wetenschappelijk en criminologisch onderzoek. Binnen het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC) is hij co-coördinator van de Onderzoekslijn Jeugdcriminologie. In navolging van de vroegere Onderzoeksgroep Jeugdcriminologie (OGJC) onder leiding van prof. em. Lode Walgrave, bouwt deze onderzoekslijn het jeugdcriminologisch onderzoek verder uit vanuit een interdisciplinaire samenwerking tussen criminologie en recht.


Ben Craps

Een hologram van de oerknal?: "Snaartheoriemodellen voor het zeer vroege heelal"

Ben Craps is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel. In 1996 studeerde hij af als Licentiaat in de Natuurkunde aan de K.U.Leuven, waar hij in 2000 als Aspirant van het FWO promoveerde tot Doctor in de Wetenschappen. Postdoctoraal onderzoeker was hij van 2000 tot 2003 aan het Enrico Fermi Institute van de University of Chicago en van 2003 tot 2005 aan het Instituut voor Theoretische Fysica van de Universiteit van Amsterdam. In 2006 werd hij voltijds docent aan de Vrije Universiteit Brussel, waar hij in 2009 voorzitter werd van de Vakgroep Fysica. Hij is ook als directe medewerker van de Directeur verbonden aan de Internationale Solvay Instituten voor Fysica en Chemie.

Het onderzoek van Ben Craps situeert zich op het raakvlak van de theoretische hoge-energie-fysica en de kosmologie. Volgens de oerknal-theorie, gefundeerd in Einsteins algemene relativiteitstheorie en spectaculair bevestigd door recente observaties, was ons heelal vroeger veel kleiner en warmer dan vandaag. Als de theoretische modellen verder terug geëxtrapoleerd worden in de tijd, leiden ze tot een “oerknal-singulariteit”, waar begrippen als ruimte en tijd hun betekenis verliezen. Snaartheorie is een speculatieve theorie die potentieel geldig blijft in zulke extreme omstandigheden. In zijn proefschrift D-branes and boundary states in closed string theories bestudeerde Ben Craps in detail bepaalde bouwstenen van de snaartheorie. In zijn later werk gebruikte hij deze bouwstenen om modellen te ontwikkelen voor de oerknal, en dus voor het ontstaan van de ruimte. Een belangrijk ingrediënt hierin is het holografische principe, dat stelt dat gravitationele fysica in een ruimte exact gecodeerd kan worden in een (niet-gravitationele) theorie op een rand van deze ruimte. In bepaalde modellen blijft deze laatste theorie geldig wanneer de oorspronkelijke ruimte haar betekenis verliest, wat toelaat te beschrijven hoe ruimte kan ontstaan vanuit een toestand die geen ruimtelijke interpretatie heeft.


Jelle Haemers

De Vlaamse Opstand (1482-1492). Staatsvorming en stedelijke opstanden in het graafschap Vlaanderen.

De laureaat van de prijs van het Frans Van Cauwelaert Fonds 2008 is de heer Jelle Haemers met het werk De Vlaamse Opstand (1482-1492). Staatsvorming en stedelijke opstanden in het graafschap Vlaanderen. Dit werk onderzoekt de tijdsgeest die op het einde van de 15de eeuw heerste in onze steden en gewesten. De periode tussen 1477 tot 1492 was een woelig tijdvak in het graafschap Vlaanderen. Ze werd gekleurd door een verbeten strijd om de heerschappij in de grote steden en om de invulling van de centrale macht. Deze periode valt uiteen in twee delen, met name de regering van Maria van Bourgondië (1477-1482) en de Vlaamse Opstand (1482-1492).


Joy Irobi-Devolder

Moleculaire genetica en functioneel onderzoek van mutaties in genen geassocieerd met erfelijke motorische zenuwaandoeningen

De Frans Van Cauwelaert Prijs 2007 werd uitgereikt aan Dr. Joy Irobi-Devolder. Mevrouw Joy Irobi-Devolder is afkomstig uit Nigeria, waar ze in 1995 afstudeerde als licentiate in de Farmacologie en Fysiologie aan de Universiteit van Nsukka, Nigeria. Kort daarna vertrok ze naar België om te gaan studeren aan de Vrije Universiteit Brussel. Eind 1997 werd haar een Dehousse beurs toegewezen door de Universiteit Antwerpen. Dit leidde in 2002 tot het behalen van haar doctoraat in de Wetenschappen.

Het onderzoek van mevrouw Irobi-Devolder spitst zich toe op het identificeren van genen die instaan voor erfelijke aandoeningen van het perifeer zenuwstelsel. Het perifeer zenuwstelsel omvat de zenuwbanen die de hersenen en het ruggenmerg verbinden met de rest van het lichaam. Eén op 2500 mensen heeft te maken met een erfelijke aandoening in het perifeer zenuwstelsel. De bekendste vorm is de ziekte van Charcot-Marie-Tooth (CMT), die gekenmerkt wordt door ernstige spierafwijkingen in handen en voeten, en dit reeds op jonge leeftijd.

Na vijf jaar intensief onderzoek slaagde mevrouw Irobi-Devolder er in het juiste gendefect te lokaliseren voor de motorische variant van CMT. Deze zeer belangrijke ontdekking zal aanleiding geven tot een beter inzicht in het ziekteproces, wat essentieel is voor de ontwikkeling van een therapie die tot op heden louter ondersteunend is.


Annemie Dillen

Het gezin: à-Dieu? Naar een contextuele ethiek, theologie en (gods-)dienstpedagogiek van gezinnen vandaag

De laureaat 2006 van de prijs van het Frans Van Cauwelaert Fonds is Dr. Annemie Dillen. Mevrouw Dillen is verbonden aan het Centrum voor Vredesethiek van de K.U.Leuven, stelde zich kandidaat voor de Frans Van Cauwelaertprijs 2006 met haar doctoraatsstudie "Het gezin: à-Dieu? Naar een contextuele ethiek, theologie en (gods-)dienstpedagogiek van gezinnen vandaag"

Het gezin wordt, zeker vanuit de christelijke ethiek, nog altijd naar voren geschoven als een vorm van perfectie. Annemie Dillen pleit voor een andere visie op het gezin. Enerzijds moet de gezinsethiek af van de perfectie als streefdoel, zodat ze oog en begrip kan hebben voor conflicten. Ouderschap hoeft niet perfect te zijn, als het maar goed genoeg is. Dat laat ouders toe om toch nog positief te handelen in moeilijke omstandigheden. Anderzijds moet de wisselwerking tussen gezin en maatschappij zo hoog mogelijk zijn. Sociaal isolement kan een grote bedreiging vormen voor het gezinsleven. Dillen wijst ook op het belang van het gezin als mini-democratie en als morele leerschool. Ouders die met maatschappelijke waarden willen meegeven zoals gelijkheid en rechtvaardigheid, moeten die thuis consequent zelf toepassen, ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de kinderen.


Gerda Neyens

Mevrouw Gerda Neyens (°Oostende, 1965) studeerde Natuurkunde aan de KULeuven. Na het behalen van haar Licentiaat in de Wetenschappen bleef ze verbonden aan de KULeuven en werd ze assistente met voorbereiding van een doctoraat aan het Instituut voor Kern- en Stralingsfysica. In 1993 promoveerde ze tot Doctor op het proefschrift ‘Ontwikkelen van een doelgerichte LEMS-opstelling en het bepalen van het quadrupoolmoment van Ra-isomeren’. In 2004 werd ze voltijds Hoofddocent. Als leidinggevende onderzoeker van een zeer actieve onderzoeksgroep op een belangrijk gebied van de fundamentele Fysica, namelijk de studie van kortlevende exotische kernen, heeft Gerda Neyens een Internationaal erkend en herkenbaar wetenschappelijk uitmuntend niveau bereikt. Haar promotorschap van 5 succesvolle doctoraten bevestigt mede deze status. Ze is internationaal sterk betrokken bij samenwerkingen zoals in het CERN, ORSAY en CAEN en vertolkt een voortrekkersrol in haar onderzoeksgroep. Bibliometrische studies van haar publicatiegedrag in verhouding tot de andere onderzoekers in haar discipline bevestigen deze uitzonderlijke kwaliteiten.


Bart Wauters

Doctor in de Geschiedenis Bart Wauters (KULeuven) is verkozen tot Laureaat van de Frans Van Cauwelaertprijs 2004 in de humane wetenschappen, meer bepaald filosofie, taalkunde, geschiedenis en archeologie. De keuze van de jury viel op Wauters’ proefschrift “Recht als Religie. Canonieke onderbouw van de vroegmoderne staatsvorming in de Zuidelijke Nederlanden”. De plechtige uitreiking op 24 november 2004 werd voorgezeten door prof. Marcel Storme, voorzitter van het fonds. Nadien hield de laureaat een lezing met als titel Recht als Religie. Een rechtshistorische analyse van het vroeg-moderne staatsvormingsproces, een toelichting bij zijn proefschrift.


Thomas Voets

De Frans Van Cauwelaertprijs 2003 werd toegekend aan de heer Thomas Voets in de categorie exacte wetenschappen (biomedische wetenschappen) op 12 november 2003. De heer Thomas Voets mocht de Prijs 2003 ontvangen uit handen van prof. M. Storme, voorzitter van het Fonds. De heer Voets hield tevens een lezing met als titel "Nieuwe inzichten in de vrijzetting van hormonen en neurotransmitters".


Jan Clement

De Prijs 2002 werd toegekend aan de heer Jan Clement van de KULeuven, voor zijn werk "Taalvrijheid en bestuurstaal in België. Een constitutionele zoektocht naar de oorsprong van het territorialiteitsbeginsel en de minderheidsrechten in de Wet Taalgebruik Bestuurszaken". De uitreiking van de prijs vindt plaats op woensdag 20 november 2002 om 16 uur in het Paleis der Academiën, waarop de laureaat een lezing zal geven over "Bestuurstaal, faciliteiten en het rapport Nabholz-Haidegger. Geen taal, geen vrijheid?".


Leo Storme

De prijs 2001 werd toegekend aan de heer Leo Storme van de Vakgroep Zuivere Wiskunde en Computeralgebra, Universiteit Gent. Prof. Dr. L. Storme legt zich vooral toe op het bepalen en verbeteren van grenzen op het aantal elementen van bepaalde meetkundige structuren in zogenaamde Galois-ruimten. De meeste van deze resultaten kunnen onmiddellijk worden vertaald in termne van foutverbeterende codes. Er werden vooral diepe resultaten geboekt in verband met lineaire M.D.S.-codes. Dit zijn codes die onder andere worden gebruikt voor foutverbetering in CD-spelers. Dit onderzoeksgebied waarin professor L. Storme uitblinkt is een prachtig voorbeeld enerzijds van vruchtbare wisselwerking tussen fundamenteel onderzoek en toepassingen, en anderzijds van abstract fundamenteel onderzoek waarvan het maatschappelijk rendement slechts vele jaren later tot uiting komt. De eerste Frans Van Cauwelaertlezing werd gehouden door de laureaat 2001 over "Codeertheorie en compact disc: Galois-meetkunde in de praktijk".