Getekend door het lichaam: de rol van het lichaam bij de totstandkoming van persoonsidentiteit
Gregory De Vleeschouwer
|
|
Mensen veranderen voortdurend, zowel lichamelijk als geestelijk. Hoe is het desondanks mogelijk dat men er niet aan twijfelt dat men een en dezelfde persoon blijft? Hoe komt de eenheid van onze identiteit tot stand – of is die eenheid slechts illusie? In het klassieke filosofische denken ging men ervan uit dat de ziel borg stond voor onze persoonlijke continuïteit. Maar wat als met de opkomst van het moderne denken het bestaan van die ziel wordt aangevochten? Waar de Britse intellectuele wereld in de achttiende eeuw nog grondig verdeeld raakte over deze kwestie, lijkt men hierover vandaag de dag alvast een consensus te hebben bereikt: bijna iedere hedendaagse filosoof en wetenschapper gaat ervan uit dat er geen ziel bestaat. De vraag naar de oorsprong en grond van onze persoonsidentiteit wordt hiermee prangender dan ooit tevoren.
Gregory De Vleeschouwer legt in dit boek de historische achtergrond van het filosofische debat over persoonsidentiteit bloot en laat zien op welke problemen dit debat stuit zolang men de rol van het lichaam negeert. Dankzij zijn lichaam wordt iedere baby meteen gezien als 'een van ons': in het laatste hoofdstuk toont de auteur aan dat dit intersubjectieve aspect onontbeerlijk is voor de totstandkoming van het menselijke zelfbewustzijn. Hierbij werpt hij tevens een nieuw licht op enkele klassieke filosofische gedachtenexperimenten (breintransplantaties, cyborgs, teletransportatie,...) en laat hij zien dat de mens in zijn afhankelijkheid van de ander juist allermenselijkst is.
Gregory De Vleeschouwer (1980) studeerde af als handelsingenieur en filosoof aan de Universiteit Antwerpen en de Katholieke Universiteit Leuven. Als Aspirant van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen schreef hij een doctoraat over persoonsidentiteit, waarop dit boek teruggaat. Recent verscheen van hem een boek over Kafka, narrativiteit en zelfbewustzijn: Into the White: Kafka and his Metamorphoses (Acco Academic). Hij schrijft tevens proza en maakt muziek. Meer info: www.greghouwer.wordpress.com
|
Verhandelingen Nieuwe Reeks, 22, KVAB, Brussel, 23,43 euro
|
Moedertalen en taalmoeders. Het vroegmoderne taalvergelijkende onderzoek in de Lage Landen
Toon Van Hal
|
|
Vanaf de vroegste renaissance werden geleerden geconfronteerd met talrijke, tot dan toe onbekende talen. Onder meer de val van Byzantium, de vele ontdekkingsreizen en de studie van de originele bijbelteksten werkten de verbreding van het linguïstische panorama in de hand. Vele humanisten bogen zich over de theoretische en methodologische problemen die zich door de ophoping van nieuwe taalbeschrijvingen spontaan hadden opgedrongen. Hoe kan de taaldiversiteit verklaard worden? Wat was de eerste, oorspronkelijke taal? Waarom verandert taal voortdurend en waarom lijken sommige talen op elkaar? Tussen 1570 en 1650 woedde in de Lage Landen een hevig en veelzijdig debat over deze vraagstellingen. Dit werk biedt een grondige bespreking van de opvattingen van de belangrijkste protagonisten. Toon Van Hal is als postdoctoraal onderzoeker van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek verbonden aan de K.U.Leuven.
|
Verhandelingen Nieuwe Reeks, nr. 20, KVAB, Brussel, 2010, 616 p. (32,50 euro)
|
Eeuwen van ambitie. De adel in laatmiddeleeuws Vlaanderen
Frederik Buylaert
|
|
Eeuwen van ambitie schetst de lotgevallen van de Vlaamse adel tijdens een kantelmoment in de Europese geschiedenis. In de late middeleeuwen werden de hooggeboren geslachten van dit graafschap voor een reeks fundamentele uitdagingen geplaatst. Op de kastelen en landgoederen die hen altijd hadden verzekerd van ongeëvenaarde macht en rijkdom, werden zij geconfronteerd met een boerenbevolking die in de nasleep van de Zwarte Dood een sterk besef van eigenwaarde had ontwikkeld. De luxueuze levensstijl van edelen werd steeds vaker geëvenaard en zelfs overtroffen door stedelingen uit Gent, Brugge of Ieper, die enorme fortuinen hadden vergaard met handel en nijverheid. Frederik Buylaert brengt als eerste een synthetisch beeld van de evolutie van de Vlaamse adel in de bewogen veertiende en vijftiende eeuw. Aan de hand van een brede waaier van bronnen en invalshoeken weerlegt hij vele gevestigde opvattingen over de adel. De late middeleeuwen waren geen periode van onherroepelijk verval, maar een fase waarin adellijke families een nieuw sociaal, economisch, cultureel en politiek profiel ontwikkelden om hun maatschappelijke prominentie te handhaven. Zij zochten en vonden antwoorden op die ingrijpende veranderingen vanuit hun omgang met eeuwenoude problemen, zoals vetes met vijandige families, erfenisconflicten in de eigen kring, het kiezen van de 'juiste' huwelijkspartner, het verlies van lijf en leden op het slagveld, kinderloosheid of het verzekeren van het levensonderhoud van een liefdeskind. Hierdoor evolueerde de Vlaamse adel van een gesloten plattelandsaristocratie tot een economisch veelzijdige elite met een groeiend internationaal en Franstalig karakter, die de hand reikte aan machtige stedelingen en ambitieuze staatsambtenaren. Toen de Vlaamse adel in de zestiende eeuw afstand deed van haar krijgshaftige levenshouding, waren de meeste grondtrekken van de moderne adel reeds gevestigd.
|
Verhandelingen Nieuwe Reeks, nr. 21, KVAB, Brussel, 2010, 338 p. (28,90 Euro)
|
Pour le bien des lettres et de la chose publique. Maria-Theresia, Jozef II en de humaniora in hun Nederlandse provincies
Dirk Leyder
|
|
Hoewel Maria-Theresia bekendstaat als een uiterst behoedzame vorstin deinsde ze er op het einde van haar regeerperiode niet voor terug een revolutie op gang te brengen in de ‘Belgische’ humaniora; een omwenteling die een einde moest maken aan de heersende anarchie en het Latijns onderwijs – na een periode van verval – in haar oorspronkelijke staat moest herstellen.
De algemeen geldende richtlijnen die de keizerin en haar regering hier in 1777 uitvaardigden, dienden in de eerste plaats de kwaliteit van het onderricht op de colleges te verbeteren en toekomstige gens de discours – ongeacht of ze nu een kloostercollege, een seculier gymnasium of een staatsinstelling bezochten – terug vertrouwd te maken met de regels van de redekunst. Tegelijk diende de uniforme aanpak van het onderricht ook de mentaliteit van de collégiens één te maken. Door alle leraars, regenten en professoren op juist dezelfde manier te doen handelen, zou na verloop van tijd immers een homogene groep burgers tot stand komen die precies door hun uniformité de pensée en hun morale commune de sociale cohesie, de rust, het welzijn en de welvaart van de Natie konden garanderen. De dubbele doelstelling van deze onderneming – le bien des lettres et de la chose publique – maakt ze tot een boeiend maatschappelijk project waarvan Dirk Leyder de lotgevallen vertelt.
Doctor Dirk Leyder (1973) is historicus en pedagoog. Hij studeerde achtereenvolgens aan de Katholieke Universiteit Brussel, de Katholieke Universiteit Leuven en de Universiteit Gent. Van 2000 tot 2004 was hij als bursaal van het Bijzonder Onderzoeksfonds verbonden aan de vakgroep Pedagogiek van de Gentse universiteit. Zijn doctoraat resulteerde in dit boek. In 2005 en 2006 vond hij onderdak in de Koninklijke Bibliotheek van België. Sinds 2007 is hij dan weer verbonden aan het Algemeen Rijksarchief. Daar staat hij samen met een aantal collega’s in voor de bewaring en ontsluiting van het archief van het Ancien Regime. Zijn historisch werk wordt onder meer gepubliceerd in topvakbladen als Paedagogica Historica, het Belgisch Tijdschrift voor Filologie en Geschiedenis en Lias.
|
Verhandelingen Nieuwe Reeks, 19, KVAB, Brussel, 2010, 200 p. (23,50 Euro)
|
Homo Musicus. Over muziek als evolutionaire adaptatie
Herman Sabbe
|
|
In dit essay wordt muziek benaderd als biologisch fenomeen : het universeel en aangeboren vermogen van de Homo sapiens om klanken te horen in samenhang,en,als een vorm van mimesis,deze samenhang te reproduceren.De belangrijkste functies van muziek zijn dan:als 'kreet' de mentale paraatheid van de mens op peil te houden,als 'spel' zijn vindingrijkheid te stimuleren,en als 'coördinatie' van actie symbool te staan voor mogelijke samenleving.
Muziek is bij uitstek de activiteit die het totale menselijke brein aanspreekt : van de evolutionair oudste van zijn onderdelen,de hersenstam,tot het jongste,de neocortex;zo verenigt muziek in haar mondiale totaliteit emotie met cognitie en draagt zodoende bij tot het bestaan van de soort.
|
|
Corpus Catalogorum Belgii VII: The surviving manuscripts and incunables from medieval Belgian libraries
Albert Derolez (ed.)
|
|
(delen V en VI zullen ook dit jaar nog worden gepubliceerd)
|
KVAB, Brussel, 2009, 434 p. (57,02 Euro)
|
|
|