Federale wetenschappelijke instellingen

"Autonomie en responsabilisering zijn noodzakelijk voor een goed bestuur van de Federale Wetenschappelijke Instellingen." (Elke Sleurs)
Standpunt | Jaargang 2015
Het debat rond de federale culturele en wetenschappelijke instellingen (2010-2015)
Klasse Menswetenschappen

Op 11 december 2015 werd dit Standpunt voorgesteld aan de pers. Staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid Elke Sleurs reageerde op de inhoud van het Standpunt. Haar toespraak kunt u integraal raadplegen.

In 2014-2015 kwamen de federale culturele en wetenschappelijke instellingen hoog op de politieke agenda te staan. Niet enkel omdat ze meer dan andere instellingen onderhevig waren aan de zware besparingsronde van de regering-Michel, maar ook omdat ze het onderwerp van communautaire debatten waren en de regering fundamentele hervormingsplannen aankondigde.

In dit essay gaat de auteur de plaats van deze instellingen na in het Belgische federale model. Ze horen thuis in twee categorieën: er zijn drie federale culturele instellingen (Bozar, De Munt, Nationaal Orkest van België) en tien federale wetenschappelijke instellingen, waaronder de Koninklijke Bibliotheek, het Rijksarchief, het Meteorologisch Instituut , het Afrikamuseum, het ‘Jubelpark’ enz. Ze gaat vervolgens in op de reorganisatieplannen die het hoofd van het departement Wetenschapsbeleid en de directeur van de pool Kunst ten uitvoer wilden brengen en die in de politieke wereld en in het veld heel wat kritiek uitlokten. Ze doet dit omdat deze discussies mede aan de basis lagen van de regeringspolitiek, meer bepaald van het beleid van staatssecretaris Sleurs voor Wetenschapsbeleid. Het stof dat deze plannen in de betrokken sectoren deden opwaaien en de daarbij aansluitende mediadebatten worden vervolgens onderzocht omdat ze interessant zijn voor het oplijsten van de knelpunten. Vanuit deze pijnpunten formuleert de auteur een aantal standpunten waarin ze pleit voor het behoud en vooral voor de verdere ontwikkeling van deze instellingen, die elk in hun domein van het grootste belang zijn en die niet zomaar overgedragen kunnen worden aan een gemeenschap of een gewest. De auteur is wel voorstandster van een hechtere samenwerking van de federale instellingen, de gemeenschappen en de gewesten en, in de mate dat er goed wordt nagedacht over de randvoorwaarden, ook van een grotere mate van zelfstandigheid van de instellingen.

De auteur van dit Standpunt was van 1994 tot 2000 rector van de VUB en in die hoedanigheid ook enkele jaren voorzitter van de raden van bestuur van het FWO en de VLIR. Ze publiceerde in die periode ook over de universitaire problematiek. Ze was voordien voorzitter van de raad van bestuur van de BRTN en zetelde of zetelt in de bestuursraden van enkele culturele instellingen. Als historica hedendaagse politiek publiceert ze over de negentiende eeuw en ook over de geschiedenis van België sinds 1945. Ze richtte het Centrum voor de Interdisciplinaire Studie van Brussel op (nu BRIO) en fungeerde als redacteur en auteur voor de studiereeks van dit Centrum (Taal en Sociale Integratie, Brusselse Thema’s) en van/in verzamelwerken met betrekking tot het statuut van Brussel. Sinds 1988 is ze lid van de KVAB.

Documenten bij dit project