De naam Academie ontstond toen Plato in 387 vóór Christus zijn beroemde school oprichtte
even buiten Athene in de buurt van de tempel van Academos, een held uit de Trojaanse
oorlog. Deze naam werd opgediept in de XVde eeuw in Italië, toen geleerden van allerlei
slag discussiegroepen vormden rond voornamelijk drie polen: filosofie, taal en wetenschap.
Zij wilden onder andere de natuur, bedoeld als samenhang van de kosmos, op een experimentele
manier benaderen, vrij van overgeleverde, veelal foutieve ideeën. Dit gaf nieuwe
impulsen aan de methodiek voor de verwerving van inzicht en kennis en bracht de
moderne wetenschap op gang: er ontstonden academies voor wetenschappen in Rome (
Accademia del Lincei, 1603), Londen (Royal Society, 1660), Duitsland (1652), Parijs
(1666) en eindelijk ook in Brussel (1772), met name de Keizerlijke en Koninklijke
Academie voor Wetenschappen en Letteren van Brussel, in een periode dat de Zuidelijke
Nederlanden onder de voogdij stonden van de Oostenrijkse keizerin Maria Theresia.
Laatstgenoemde Academie werd echter afgeschaft toen de Zuidelijke Nederlanden als
Belgische departementen bij de Franse republiek werden ingelijfd. Ze werd heropgevist
door Willem I, vorst van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en werd in 1845,
15 jaar na de totstandkoming van het koninkrijk België, uitgebreid met een afdeling
kunsten. Het gebouw zelf werd tussen 1823 en 1828 in neoclassicistische stijl opgetrokken,
naar de plannen van architect Charles Van der Straeten, later opgevolgd door Tilman-
François Suys.
Moeizame strijd
Ondertussen was er in 1841 een aparte Academie voor geneeskunde ontstaan. Die Academies
waren uiteraard overwegend Franstalig en de Vlaamse voorvechters streefden naar
een Vlaamse Academie. Hun doorzettingskracht werd 45 jaar later beloond met de oprichting
van een Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde te Gent in 1886. Het duurde
tot na de Eerste Wereldoorlog vooraleer in 1930 de Gentse universiteit werd vernederlandst
en de vernederlandsing van het onderwijs in Vlaanderen op gang werd gebracht. Na
een moeizame strijd, waarbij heel wat weerstand van de Franstalige intellectuele
elite diende overwonnen, werden in 1938 uiteindelijk Vlaamse Academies opgericht:
die voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten en die voor Geneeskunde. Dit
gaf evenwel aanleiding tot een verwarrende situatie met enerzijds nationale, officieel
tweetalige Academies waarvan de leden uit het Noorden en het Zuiden van het land
kwamen en anderzijds Vlaamse Academies. In 1971 werd daar een einde aan gemaakt
door de oprichting van twee evenwaardige Academies, een Nederlandstalige, behorende
tot de Vlaamse Gemeenschap en een Franstalige, behorende tot de Franstalige Gemeenschap.
Hetzelfde gebeurde met de Academies voor geneeskunde. Ze huizen allemaal onder hetzelfde
dak: het prestigieuze Paleis der Academiën aan de Hertogsstraat 1 te Brussel.
Inhaalbeweging
Alle Academies hebben in de twintigste eeuw lastige tijden meegemaakt. Terwijl ze
tot aan de Eerste Wereldoorlog een centrale positie innamen inzake wetenschappelijk
onderzoek met sponsoring, peer review avant-la-lettre, publicatie van resultaten
van wetenschappelijk onderzoek e.a. is hun impact gaandeweg afgenomen door de almaar
prominentere rol die de wetenschap ging opeisen in ons maatschappelijk bestel. Universiteiten
en ook de privé-sector maakten in toenemende mate middelen vrij voor research, dat
vervolgens uiteen ging vallen in ontelbare specialisaties. In sommige landen zoals
het Verenigd Koninkrijk, Zweden, de Verenigde Staten en Nederland is de invloed
van de Academies nog steeds aanzienlijk. In Vlaanderen is de Koninklijke Vlaamse
Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten aan een inhaalbeweging bezig:
zij wordt opnieuw een belangrijk forum voor wetenschappen en kunst met circa 150
symposia per jaar plus vele tientallen andere activiteiten. Zij herbergt eveneens
het Vlaamse sabbatcentrum VLAC, waar toponderzoekers en -kunstenaars uit de hele
wereld worden uitgenodigd voor een wetenschappelijk verblijf van enkele maanden.
Verder verzorgt zij de publicatie van verhandelingen van jonge onderzoekers tot
veertig jaar en van langlopende reeksen zoals het Nationaal Biografisch Woordenboek
(NBW), de Brieven van Justus Lipsius e.a. Tenslotte draagt zij bij tot de verspreiding
van wetenschap en cultuur in de gemeenschap, stelt zij rapporten op en verwoordt
zij standpunten over actuele maatschappelijke problemen, moedigt zij de wetenschappelijke
en artistieke activiteit in Vlaanderen aan met prijzen en tentoonstellingen en werkt
ze intens samen met de Vlaamse, de Belgische en de internationale wetenschappelijke
wereld.
Vier Klassen
De Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten bestaat
uit vier afdelingen, men noemt ze Klassen: natuurwetenschappen, menswetenschappen,
kunsten en sinds 2008 ook technische wetenschappen. Elk tellen ze een zestigtal
leden. De leden worden - meestal als veertiger of vijftiger - verkozen door coöptatie
en blijven lid voor het leven; op hun verzoek kunnen zij erelid worden. De bedoeling
is de meest succesvolle wetenschappers - uit de universiteiten en uit de industrie
- en de talentrijkste kunstenaars samen te brengen om met hun competentie en ervaring
een raad van wijzen, een parlement van geleerden, zeg maar een geweten van de gemeenschap
te vormen. De Klassen vergaderen eenmaal per maand om het beleid en de activiteiten
te bespreken. Tweemaal per jaar wordt een openbare vergadering ingericht.
Folder Nederlands
Folder Engels