Laureaten van de Academie - Klasse Menswetenschappen

 

De prijs Laureaat van de Klasse van de Menswetenschappen is een van de meest prestigieuze prijzen van de Academie. Jonge, beloftevolle onderzoekers (tot 40 jaar), waarvan de hoofdactiviteit in Vlaanderen gesitueerd is, komen hiervoor in aanmerking. 

De prijs wordt afwisselend uitgereikt in de categorie cultuurwetenschappen (oneven jaren) en gedragswetenschappen (even jaren).

Bedrag voor deze prijs: 10000
Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt.
Koen De Temmerman
UGent

Koen De Temmerman (°1979) is onderzoeksprofessor aan de vakgroep Letterkunde van de UGent sinds 2013. Hij studeerde klassieke taal- en letterkunde (lic. 2001) en communicatiewetenschappen (2002) aan de UGent en de Università degli Studi di Bologna. Voor zijn proefschrift (UGent 2006) ontving hij de Driejaarlijkse Prijs van de Vlaamse Wetenschappelijke Stichting voor Humane Wetenschappen (2008). Na zijn F.W.O.-aspirantschap was hij Francqui Fellow van de Belgian American Educational Foundation aan Stanford University, gastdocent aan University College Cork, Postdoctoraal Onderzoeker van het F.W.O.-Vlaanderen, Visiting Scholar aan Corpus Christi College, Oxford en Stanley Seeger Fellow aan Princeton University. Hij is lid van de Jonge Academie, de redactie- en adviesraden van enkele vaktijdschriften en het bestuur van de International Society for the History of Rhetoric.
De Temmerman bestudeert de vroege geschiedenis van wat vandaag misschien wel het populairste literaire genre wereldwijd is: de roman. Hij onderzoekt de oudste Latijnse en Griekse vertegenwoordigers (eerste eeuwen na Christus) en hun impact op latere literatuur. Hij besteedt daarbij bijzondere aandacht aan de late oudheid en vroege middeleeuwen en corrigeert zo het traditionele literair-historische discours over het romangenre, dat beide tijdvakken als ‘lege’ interim-periodes conceptualiseert tussen de laatste antieke romans en hun receptie in Byzantium en Perzië in de 11de en 12de eeuw. Thematisch gaat De Temmermans interesse uit naar karakterisering van personages; methodologisch combineert zijn werk inzichten uit de antieke retoriek, fysiognomie en moderne literatuurtheorie (vooral narratologie).
Aan de UGent doceert De Temmerman literatuurgeschiedenis en antieke retorica en leidt hij een onderzoeksgroep van een tiental vorsers met de steun van het F.W.O.-Vlaanderen, het B.O.F van de UGent en de European Research Council. In wetenschapspopulariserende bijdragen breekt hij graag een lans voor de waarde van de Klassieken en hun relevantie vandaag.


Ernst Koster
UGent

Ernst Koster is klinisch psycholoog en als hoofddocent Experimentele Psychopathologie verbonden aan de vakgroep Experimenteel-Klinische en Gezondheidspsychologie van Universiteit Gent. Hij behaalde zijn doctoraat in 2005 en is medeoprichter van het Psychopathologie en Affectieve Neurowetenschappen Lab, samen met Prof Dr. Rudi De Raedt. Daarnaast heeft hij een actieve klinische praktijk.
Hij zoekt een antwoord op de vraag welke mechanismen betrokken zijn bij depressie en angst. Hij onderzoekt cognitieve modellen van depressie en angst waarbij informatieverwerking centraal staat. Zijn onderzoek toont aan dat depressie en angst gerelateerd zijn met verstoorde verwerking van negatieve informatie. Deze verstoringen lijken een causale rol te spelen bij de instandhouding van deze problemen. Op basis van deze bevindingen ontwikkelde hij innovatieve trainingsprocedures om problemen op vlak van informatieverwerking te verbeteren.
Zijn onderzoek wordt gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen, het Bijzonder Onderzoeksfonds van de UGent en de MQ foundation. Hij begeleidt een tiental doctoraatstudenten en verschillende postdocs en is eveneens actief binnen redacties van wetenschappelijke tijdschriften.


Jean-Christophe Verstraete
KU Leuven

Het onderzoek van Jean-Christophe Verstraete (°1976) richt zich op taaltypologie en taaldocumentatie. Als taaltypoloog onderzoekt hij structurele diversiteit in taalsystemen (bv. in grammatica of klankstructuur), en gaat hij na hoe die diversiteit historisch gegroeid is, en verdeeld is over de wereld. Als veldwerker analyseert hij de structuur van weinig beschreven talen uit Cape York Peninsula, in het noordoosten van Australië, in samenwerking met antropologen en archeologen. De resultaten van dit documentatiewerk vormen dan opnieuw de basis voor taaltypologisch werk. Elke nieuw beschreven taal brengt immers nieuwe wijzen aan het licht waarop taalsystemen kunnen georganiseerd zijn, en test op die manier bestaande modellen van wat wel en niet mogelijk is in de structuur van een menselijke taal.

Jean-Christophe Verstraete is hoofddocent (BOF) aan de faculteit Letteren van de KU Leuven. Hij deed doctoraal en postdoctoraal onderzoek aan de KU Leuven, de universiteit Aarhus en de University of Melbourne. Daarnaast werkte hij als gastdocent of -onderzoeker aan de University of Melbourne, de University of Western Australia, de University of Queensland, de universiteit Hamburg en de École des Hautes Études en Sciences Sociales in Parijs. Hij is secretaris van de Association for Linguistic Typology (de internationale vereniging van taaltypologen), en was zes jaar lang hoofdredacteur van het algemeen wetenschapsblad Karakter. Tijdschrift van Wetenschap (uitgegeven door Academische Stichting Leuven).


Steven Vanderputten

Het onderzoek van Steven Vanderputten richt zich op de studie van de cultuur en sociale inbedding van religieuze groepen, inzonderheid kloosterlingen, in de Westerse samenleving van de volle middeleeuwen (ca. 900-1200). Zijn interdisciplinaire en vernieuwende vraagstellingen vonden internationaal weerklank. Hij werd in 2012 bevorderd tot hoogleraar aan de Vakgroep Geschiedenis van de UGent. Behalve verschillende fellowships (Cambridge, IAS Princeton, FOVOG Eichstätt, NIAS Wassenaar, VLAC Brussel en IAS Bloomington) en gefinancierde onderzoeksprojecten genoot hij ook erkenning in de vorm van de Wilhelm Friedrich Bessel-Forschungpreis van de Humboldt-Stiftung (2012).


Hans Op de Beeck

Hans Op de Beeck (°1975) wordt gedreven door de wil om de menselijke geest en de oorzaken van menselijk gedrag te verklaren. Zijn onderzoek start vanuit de vaststelling dat een volledige verklaring vereist dat we de vele bevindingen vanuit cognitieve en gedragswetenschappen integreren met informatie over de achterliggende hersenwerking.

Ironisch genoeg is het menselijke brein zo succesvol dat we het meestal sterk onderschatten. Het gemak waarmee ons brein taken als gezichtsherkenning en visuospatiale navigatie uitvoert, verbergt de complexiteit van zulk een succes. Is het niet ongelooflijk dat ingenieurs er al jaren geleden in geslaagd zijn om een computer te bouwen die kan winnen van de wereldkampioen schaken, maar dat er nog steeds geen computer bestaat die de gemiddelde mens kan verslaan in alledaagse gezichtsherkenning?

Hans Op de Beeck onderzoekt dit mysterie in al zijn facetten: van menselijk gedrag helemaal tot aan de eigenschappen van individuele hersencellen. De magie van ons brein ligt blijkbaar in het feit dat het niet enkel afgaat op de fysische signalen die de vele receptoren activeren (in bijvoorbeeld het oog en het oor), maar daar bovenop een meer nuttige, hogere-orde voorstelling opbouwt in termen van niet-zo-fysische en eerder 'psychologische' dimensies.

Gedurende zijn carrière aan de KU Leuven en enkele jaren ook aan het Massachusetts Institute of Technology hebben Hans Op de Beeck en zijn collega's deze hogere-orde voorstellingen onderzocht en hun eigenschappen gerelateerd aan gedrag. Dit onderzoek werd gerapporteerd in vele publicaties in wetenschappelijke toptijdschriften binnen psychologie en de neurowetenschappen, en het werd erkend door middel van fellowships (zoals van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen en het Belgisch-Amerikaanse Educationeel Fonds), prijzen (zoals van de KU Leuven onderzoeksraad en het Human FrontierScience Program), en lag aan de basis van vele onderzoeksprojecten, zoals onlangs nog een prestigieuze Starting Grant van de European Research Council.


Peter Van Nuffelen

Peter Van Nuffelen (° 1976) studeerde oude geschiedenis en filosofie in Leuven en Louvain-la-Neuve, en volgde aanvullende opleidingen in patristiek en oriëntaalse talen in Bonn en Louvain-la-Neuve. Als FWO-aspirant promoveerde hij in 2003 met een literaire en historische analyse van twee vijfde-eeuwse Griekse kerkhistorici, Socrates en Sozomenos (KULeuven). Hij was Lecturer in Roman History aan de University of Exeter, Margo Tytus Fellow (Cincinnati), Visiting Fellow of the Corpus Christi Classics Centre (Oxford) en Boursier van de Fondation Hardt (Genève). Sinds 2009 is hij als onderzoeksprofessor verbonden aan de UGent.

Zijn onderzoek richt zich op de politieke, religieuze en culturele transformaties die het Romeinse rijk onderging in de eerste zes eeuwen na Christus. Daarbij stelt hij zich tot doel het kader en begrippenapparaat waarmee deze periode benaderd wordt kritisch te bevragen en te vernieuwen, met bijzondere aandacht voor de politieke cultuur, religie en geschiedschrijving. Een antropologische benadering corrigeert het klassieke beeld van de quasi-moderne, door de bureaucratie gedreven laat-antieke staat, en legt de nadruk op de publieke en dynamische interactie tussen volk en politiek als het cruciale element in de premoderne machtsuitoefening. De studie van 'heidens monotheïsme', d.w.z. monotheïstische tendenzen in het heidendom, corrigeert de klassieke dichotomie tussen monotheïsme en polytheïsme en richt de aandacht op de conceptualisatie van religie en het goddelijke in de Romeinse keizertijd. Door de laat-antieke historiografie te plaatsen in de klassieke traditie blijkt dat ze er een organische eenheid mee vormt, in tegenstelling tot de idee dat het Christendom een fundamenteel nieuwe houding ten opzichte van geschiedenis en geschiedschrijving introduceert.

Het onderzoek van Peter Van Nuffelen wordt gekenmerkt door een openheid voor theoretische perspectieven, andere disciplines en nieuwe horizonten. Met publieke stellingnames probeert hij ook de stem van de Oudheid in het maatschappelijk debat te laten klinken.


Wim Verbeke
Wim Verbeke (°1970) is hoofddocent en voorzitter van de vakgroep Landbouweconomie van de Universiteit Gent. Hij verricht onderzoek in de agro-voedingsmarketing en consumentengedrag ten aanzien van voeding. Hij maakt daarbij gebruik van zijn gecombineerde opleiding als bio-ingenieur aan de UGent en master in marketing management aan de Vlerick Leuven Gent Management School. In het kader van zijn doctoraatsonderzoek verbleef hij een periode aan de University of Florida in de Verenigde Staten. Zijn onderzoek is interdisciplinair en bouwt bruggen tussen alfa- en bètawetenschappen.

Onderzoeksthema's omvatten maatschappelijke en consumentenacceptatie van technologische vernieuwing in de landbouw- en voedselproductie; attitude-gedragsconsistentie bij consumenten in relatie tot voedselveiligheid, gezondheid en duurzaamheid; determinanten van voedingskeuzegedrag en de rol en impact van informatie en communicatie. Zijn onderzoek bracht consumentenattitudes, voedingskeuzes en marktsegmenten in kaart voor generieke producten zoals vlees, vis, fruit en groenten, evenals voor productconcepten zoals functionele voeding en duurzame voeding. Wim Verbeke is auteur of co-auteur van meer dan 50 boekbijdragen en 150 artikels in peer gereviewde internationale tijdschriften, waarvan een 20-tal behoren tot de meest geciteerde in de betreffende tijdschriften en disciplines. Hij leidt een onderzoeksgroep van zeven onderzoekers die zeer actief is in de Europese Zesde en Zevende Kaderprogramma's. Hij is ook een vaak uitgenodigde spreker op internationale en nationale congressen.

Rony Keppens

Rony Keppens is hoogleraar bij het Centrum voor Plasma-Astrofysica, afdeling van het Departement Wiskunde aan de KULeuven. Hij is verder geaffilieerd aan het FOM-Instituut voor Plasmafysica Rijnhuizen en bijzonder hoogleraar bij het Sterrenkundig Instituut van de Universiteit Utrecht. Hij was projectleider voor Numerieke Plasma Dynamica te Rijnhuizen en zet deze activiteit verder te Leuven.

Hij is een vaak gevraagde gast bij postgraduaat opleidingen gericht op computationele methoden in de astrofysica. Zijn expertise overschrijdt meerdere vakgebieden, gaande van zonnefysica tot hoge-energie astrofysica, over massaal parallel rekenen, oplossings-adaptieve rekentechnieken, tot visualisatie van grootschalige numerieke berekeningen.

Zijn onderzoek kenmerkt zich door het combineren van computergedreven algoritmes met analytische technieken binnen de studie van gemagnetiseerde plasma dynamica, steeds met een visie op astrofysisch relevante toepassingen: sterrenwinden, astrofysische jetstromingen en accretieschijfdynamica.

Hij speelde een sleutelrol in meerdere interdisciplinaire samenwerkingsverbanden rond zonne- en ruimteplasma fysica, en zijn publicaties omvatten studies van dubbelster-systemen, theorie en toepassing van magneto-seismologie in de zonnefysica en voor accretieschijven, alsook ‘state-of-the-art’ numerieke simulaties van ultra-relativistische plasmas, zoals men die aantreft in jetstromingen bij actieve melkwegstelsels en bij gammaflitsen.

Hij doceert op master niveau voor sterrenkunde en wiskunde studenten te Leuven en Utrecht, en verzorgt basis wiskundecomponenten in het Bachelor programma voor wiskunde en fysica aan de KULeuven. Hij is verder opgetreden als jurylid voor talrijke doctoraatsverdedigingen te Utrecht, Leuven, Leiden, Edinburg, Brussel, Oslo, en Grenoble.

Zijn wetenschappelijke carriere begon met onderzoekswerk aan het `National Center for Atmospheric Research’ te Boulder, Colorado (VS) en aan het Kiepenheuer Instituut voor Zonnefysica te Freiburg (Duitsland). In 2010 verschijnt bij Cambridge University Press het boek 'Advanced Magnetohydrodynamics' (Goedbloed, Keppens, Poedts), mede van zijn hand.


Filip Lievens

Filip Lievens (°1971) behaalde de diploma's van Licentiaat (1994) en Doctor (1999) in de Psychologische Wetenschappen aan de UGent. In 2000 werd hij docent aan de UGent en in 2006 hoogleraar.
Het wetenschappelijk onderzoek van de heer Lievens situeert zich in het algemeen binnen Human Resource Management en meer specifiek binnen personeelsrekrutering en -selectie. Zijn onderzoek heeft zich hierbij toegespitst op selectieprocedures (zoals assessment centers en situational judgment tests), die organisaties kunnen helpen om zowel valide voorspellingen te maken als een divers personeelsbestand uit te bouwen. Vanuit theoretisch perspectief heeft zijn onderzoek bijgedragen tot een meer constructgedreven visie op selectieprocedures.
In 2006 ontving hij de Distinguished Early Career Award van The Society For Industrial And Organizational Psychology. Hij was de eerste Europeaan die deze award won.


Marc Depauw

Mark Depauw (º 1968) studeerde Klassieke Filologie en Egyptologie aan de KULeuven (1986–1992), waar hij in 1998 zijn doctoraat behaalde. Na een tweetal jaren als zelfstandig gids en medewerker aan tijdelijke tentoonstellingen, leidde zijn wetenschappelijke carrière hem achtereenvolgens naar Brussel (Koninklijke Museum voor Kunst en Geschiedenis), Oxford (Lady Wallis Budge Junior Research Fellow in Egyptology), Keulen (Humboldt Stipendium) en uiteindelijk terug Leuven, waar hij eerst als Postdoctoraal Onderzoeker van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (Vlaanderen) en sinds 2006 als hoofddocent in de Onderzoekseenheid Oude Geschiedenis actief is.

In 2003 werd hij als beloftevol jong K.U.Leuven onderzoeker bekroond met de Prijs van de Onderzoeksraad (Humane Wetenschappen) en in 2004 kreeg hij een Sofja Kovalevskaja Preis van de Humboldt Stiftung om in Duitsland een eigen onderzoeksgroep op te richten. Sinds begin 2005 loopt in dit verband aan de Universiteit van Keulen het project "Multilingualism and Multiculturalism in Graeco-Roman Egypt".

Zijn onderzoeksgebied is Grieks-Romeins Egypte (332 v. Chr.–284 n. Chr.), zijn onderzoeksspecialiteit het Demotisch. Deze cursieve vorm van het hiërogliefenschrift en tevens een stadium van de Oud-Egyptische taal werd gedurende lange tijd gemarginaliseerd door de klassieke egyptologie en de hellenistische papyrologie. De combinatie van Demotisch en ander inheems bronnenmateriaal met teksten in de taal van de vreemde heersers werpt dan ook vaak een verrassend nieuw licht op het samenspel tussen inheemse tradities en sociale en administratieve vernieuwing. Een multidisciplinaire aanpak biedt in zijn optiek de beste perspectieven voor de studie van deze multiculturele samenleving.


Joep Konings

Joep Konings is licentiaat in de toegepaste economische wetenschappen (UFSIA, 1989) en behaalde een Master of Science en een PhD in Economics aan de London School of Economics in 1994. Vanaf 1995 is hij verbonden aan de faculteit Economische en Toegepaste Economische Wetenschappen van de KULeuven, waar hij van 1997 tot eind 2004 tevens directeur was van het LICOS onderzoekscentrum in transitie-economie.

Door de klemtoon op micro-econometrisch onderzoek in nieuwe markteconomieën te leggen, groeide het LICOS uit tot de absolute wereldtop in het gebied van fundamenteel onderzoek over transitie-economie (rankings van de European Economic Association in 2004). Konings was eveneens gastprofessor aan Dartmouth College, University of Michigan (Ann Arbor), Trinity College Dublin en aan internationale instellingen zoals het IMF en de Europese Unie. Hij is research fellow van het CEPR in London, het IZA in Bonn en het WDI in Michigan. In België zetelt hij sinds dit jaar in de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid.

Zijn onderzoek situeert zich in de arbeidseconomie, de internationale economie en industriële economie. Hij publiceerde o.m. in de Review of Economics and Statistics, Economic Journal, Journal of International Economics en zorgde ook voor de verspreiding ervan onder een groot publiek via artikels en interviews in de pers (bv. De Tijd, De Standaard, De Morgen, VRT, Kanaal Z, Radio 1).


Dirk Van Hulle

Dirk Van Hulle, geboren op 19 februari 1966, behaalde in 1999 het diploma van doctor in de Germaanse taal- en letterkunde aan de Universiteit Antwerpen. Daar is hij sinds 2004 werkzaam als docent Engelstalige letterkunde.

Het onderzoek van Dirk Van Hulle concentreert zich op de studie van moderne manuscripten en schrijfmethodes van twintigste-eeuwse auteurs, met bijzondere aandacht voor Samuel Beckett. Uit dit tekstgenetisch onderzoek blijkt dat heel wat schrijvers hun werk niet zozeer als een afgewerkt product zien, maar als een voortdurend ‘work in progress’. Deze zienswijze vraagt niet alleen om een adequate editiemethode, maar heeft ook gevolgen voor de interpretatie van hun werken.

Die gevolgen heeft Dirk Van Hulle onder meer onderzocht in het boek Textual Awareness: A Genetic Study of Late Manuscripts by Joyce, Proust, and Mann (Michigan UP, 2004). Ook in Joyce and Beckett, Discovering Dante (2004) en in artikels in wetenschappelijke tijdschriften spitst zijn onderzoek zich toe op de vergelijkende tekstgenetica.

Dirk Van Hulle is onder meer ‘executive editor’ van de reeks tekstgenetische edities van ‘Samuel Beckett’s Bilingual Works’ (Routledge/Brepols), ‘honorary research fellow’ van de Beckett International Foundation en redactielid van Samuel Beckett Today / Aujourd’hui. In samenwerking met de University of Reading bereidt hij een elektronische editie voor van vier werken van Beckett, met het oog op de honderdste verjaardag van Samuel Beckett (april 2006).


Jan De Houwer

rofessor Dr. Jan De Houwer (° 12 december 1968) behaalde de diploma's van Licentiaat (1991) en Doctor (1997) in de Psychologische Wetenschappen aan de KULeuven. In 1998 werd hij docent aan de Universiteit van Southampton (VK) maar keerde na drie jaar terug naar België als hoofddocent aan de universiteit van Gent. In oktober van dit jaar werd hij aldaar gewoon hoogleraar.
Het onderzoek van Prof. De Houwer situeert zich voornamelijk in het domein van spontane voor- en afkeuren, meer bepaald de manier waarop deze aangeleerd en gemeten kunnen worden. Met betrekking tot het aanleren van voor- en afkeuren, onderzocht hij de voorwaarden waaronder het samen voorkomen van prikkels kan leiden tot een verandering in de voorkeur ten opzichte van deze prikkels. Om voor- en afkeuren te meten ontwikkelde hij een nieuwe methode en ontleedde hij de andere bestaande meetmethodes.

Jan De Houwer publiceerde meer dan 60 artikels in internationale tijdschriften en verschillende hoofdstukken in boeken. Hij is Associate Editor van de tijdschriften Cognition and Emotion en Quarterly Journal of Experimental Psychology en zetelt in de redactieraad van tijdschriften Experimental Psycholy en Journal of Experimental Psychology.


Jan Papy

Prof. dr. Jan Papy (°23 september 1965) studeerde in 1987 af als licentiaat in de klassieke filologie aan de Katholieke Universiteit Leuven en doctoreerde aan dezelfde universiteit in 1992. In 1996 verkreeg hij er met de grootste onderscheiding de graad van licentiaat in de filosofie.

Na zijn studies werd hij respectievelijk aspirant en postdoctoraal medewerker van het FWO-Vlaanderen. Hij werd op 10 oktober 2003 benoemd tot hoofddocent aan de KULeuven in de Werkgroep Neolatijnse literatuur. Hij is eveneens redactielid van Humanistica Lovaniensia.

De heer Jan Papy heeft een succesvolle en innovatieve brug weten te slaan tussen de filologische achtergrond in de Klassieke en Neolatijnse literatuur enerzijds en zijn historische en filosofische studie van het Renaissance-humanisme anderzijds.

Hij publiceerde 24 artikels in internationale tijdschriften en droeg 37 bijdragen voor op internationale congressen.


Marc Brysbaert

Dr. Marc. Brysbaert (° 1963) behaalde in 1986 het diploma van licentiaat in de psychologie (KULeuevne) met de Grootste Onderscheiding en het doctoraat in 1992.

Zijn onderzoek handelt grotendeels over taalverwerking, in het bijzonder visuele woordherkenning en situeert zich achtereenvolgens binnen de volgende onderzoekslijnen: psychofysica, methodologie, interhemisferische transfer bij visuele woordherkenning, de effecten van fonologische codering en verwerkingsleeftijd bij visuele woordherkenning, zinsverwerking en getalverwerking. Met uitzondering van de eerste twee onderwerpen worden alle onderzoeksterreinen nog actief onderzocht en publiceert hij nog steeds de resultaten ervan.

Marc Brysbaert publiceerde meer dan 50 artikels in internationale tijdschriften en een tiental boeken. In 1996 ontving hij de Prijs van de Onderzoeksraad van de KULeuven voor beste onderzoeker in de Humane Wetenschappen. Thans is hij Reader Royal Hooloway aan de University of London.