Laureaten van de Academie - Klasse Natuurwetenschappen

 

De prijs Laureaat van de Klasse van de Natuurwetenschappen is een van de meest prestigieuze prijzen van de Academie. Jonge, beloftevolle onderzoekers (tot 40 jaar), waarvan de hoofdactiviteit in Vlaanderen gesitueerd is, komen hiervoor in aanmerking. 

De prijs wordt jaarlijks uitgereikt in de Natuurwetenschappen, in alle disciplines.

Bedrag voor deze prijs: 10000
Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt.
Sara Bals
UAntwerpen

Sara Bals (°1977) behaalde in 2003 haar doctorstitel onder het promotorschap van Professor Gustaaf Van Tendeloo binnen de onderzoeksgroep “Electron Microscopy for Materials Research” (EMAT). Deze groep maakt deel uit van de Universiteit Antwerpen en wordt wereldwijd als toonaangevend beschouwd op het gebied van transmissie-elektronenmicroscopie (TEM). Haar postdoctoraal verblijf aan het National Center for Electron Microscopy in Berkeley, USA vormde de start van haar huidige onderzoekslijn: “Elektronentomografie”.

Ze slaagde er in om TEM te verheffen van een vlakke 2-dimensionale beeldvormingstechniek tot een volledig 3-dimensionale (3D) meettechniek waarbij de posities van alle individuele atomen in een nanomateriaal bepaald kunnen worden. De nieuwe inzichten die met deze methode verkregen kunnen worden, zijn van groot technologisch belang. De eigenschappen van moderne nanomaterialen worden immers sterk bepaald door hun 3D structuur. De bijdrage van Sara Bals binnen dit domein laat toe om deze eigenschappen zo nauwkeurig mogelijk op te meten en te verbeteren. Het innovatieve en originele karakter van het onderzoek werd bevestigd door de toekenning van een ERC Starting Grant in 2013.

Sara Bals is momenteel hoogleraar en haar huidig onderzoeksteam bestaat uit 8 doctoraatsstudenten en 6 postdoctorale medewerkers. Er promoveerden 8 studenten onder haar supervisie, waarvan er 3 werden bekroond met de prijs van de Belgische Microscopie Vereniging. Sara Bals publiceerde tot nu toe meer dan 200 ISI publicaties en stelde haar werk voor op talrijke internationale conferenties. Verschillende publicaties verschenen in tijdschriften met hoge impact zoals Nature Materials, Science en Nano Letters. Naast haar onderzoekswerk doceert ze ook verschillende opleidingsonderdelen van de Bachelor en Master Fysica aan de Universiteit Antwerpen.


Christophe Detavernier
UGent

Christophe Detavernier is hoogleraar aan de Universitiet Gent. Hij studeerde in 2001 af als doctor in de natuurkunde aan Universiteit Gent. In de periode 2002 – 2004 werkte hij in het IBM T.J. Watson Research Centre, waar hij ervaring opdeed met materiaalonderzoek binnen een industriële context. In 2005 werd hij aangesteld als BOF-ZAP onderzoeksprofessor in de vakgroep Vastestofwetenschappen van de Universiteit Gent, waar hij de onderzoeksgroep CoCooN opstartte, en sinds 2012 benoemd is als hoogleraar.

Zijn onderzoeksinteresses situeren zich binnen het domein van dunne-film-materiaalonderzoek, met een focus op (1) Atomaire Laag Depositie (ALD) voor het aanbrengen van nanocoatings op nanogestructeerde oppervlakken en nanomaterialen, (2) combinatoriële dunne-film-depositie voor het efficiënt screenen van compositionele bibliotheken, en (3) de ontwikkeling van in situ onderzoekstechnieken om op een efficiënte manier de eigenschappen van materialen tijdens hun synthese of tijdens warmtebehandelingen te onderzoeken.
Atomaire laag depositie (ALD) is een methode om ultra dunne lagen te deponeren door een substraat bloot te stellen aan alternerende pulsen van chemische precursorgassen. Deze techniek speelt een belangrijke rol in het domein van de nanotechnologie.
Het CoCooN-team van UGent speelde een pioniersrol op het vlak van het gebruik van synchrotron-gebaseerde technieken voor de studie van ALD-processen. Via verschillende interdisciplinaire samenwerkingen, hebben ze het potentieel van ALD gedemonstreerd voor verschillende toepassingen, zoals bv. voor het functionalizeren van nanoporeuze templaten in het domein van de (foto)katalyse en moleculaire filtratie, voor het aanbrengen van ultra dunne coatings op batterijmaterialen, voor de encapsulatie van kwantum dots, voor de functionalisering van optische gassensoren, en voor grensvlakpassivatie in het domein van de nano-elektronica.

Christophe Detavernier was co-auteur van meer dan 200 publicaties en is mede-uitvinder van 14 patentaanvragen. In 2010 werd hem een Starting Grant toegekend door de European Research Council (ERC) rond het gebruik van ALD om nanoporeuze materialen te functionaliseren. In 2014 werd hem door de ERC een Proof of Concept Grant toegekend om ALD-gebaseerde methodes te ontwikkelen voor de functionalisatie van nanopoeders.


Tom Coenye

Tom Coenye (°1974) leidt het Laboratorium voor Farmaceutische Microbiologie. In deze onderzoeksgroep staat het groepsgedrag van microorganismen centraal; meer in het bijzonder worden bacteriële biofilmvorming en cel-celcommunicatie (quorum sensing) bestudeerd. Hierbij wordt bijzondere aandacht besteed aan het vertalen van nieuwe inzichten in fundamentele processen op moleculair-biologisch niveau naar praktische toepassingen (bvb. vertaling naar nieuwe benaderingen voor de behandeling van bacteriële infecties).

Coenye behaalde als IWT bursaal zijn doctoraat aan de UGent in 2000. Na een verblijf van anderhalf jaar als postdoctoraal onderzoeker aan de University of Michigan (Ann Arbor, MI, VSA) keerde hij terug naar Gent. Sinds 2005 is hij verbonden aan de faculteit Farmaceutische Wetenschappen, eerst als doctor-assistent, en sinds 2006 als docent (momenteel hoofddocent) met hoofdzakelijk onderzoeksopdracht (BOF-ZAP).

Tom Coenye is sinds 2013 lid van de Onderzoeksraad van de UGent en sinds 2014 ook academisch secretaris van de Faculteit Farmaceutische Wetenschappen en voorzitter van de Vakgroep Farmaceutische analyse. Hij is lid van de redactieraad van verschillende internationale wetenschappelijke tijdschriften en vice-president van de ESCMID Study Group for Biofilms, opgericht binnen de schoot van de European Society of Clinical Microbiology and Infectious Diseases. Hij is co-auteur van meer dan 180 publicaties in internationale wetenschappelijke tijdschriften.


Peter Bienstman

Na zijn doctoraat (2001) en een postdoc aan MIT, keerde Peter Bienstman in 2002 terug naar de onderzoeksgroep fotonica van UGent. Hij is sinds 2006 hoofddocent met hoofdzakelijk onderzoeksopdracht (BOF-ZAP). Hij is actief in verschillende domeinen van de nanofotonica en zijn onderzoek is erg multidisciplinair, gaande van nieuwe simulatietechnieken, tot het gebruik van nanofotonische chips als biosensoren en het inzetten van deze chips als hardware implementatie van neurale netwerken. Deze laatste onderzoekslijn wordt ondersteund door de European Research Council (ERC) met een Starting Grant. Hij is auteur of co-auteur van meer dan 110 papers in internationale tijdschriften.


Johan Verbeeck

Johan Verbeeck (°1972) behaalde in 2002 zijn doctorstitel aan de Universiteit Antwerpen in de onderzoeksgroep Electron Microscopy for Materials Research (EMAT). EMAT specialiseert zich in transmissie elektronenmicroscopie voor materiaalonderzoek. In zijn proefschrift onderzocht Verbeeck het gebruik van energieverlies-spectroscopie op nanomaterialen. Deze techniek laat toe om de chemische samenstelling van materialen te onderzoeken tot op atomaire schaal. Tijdens zijn doctoraat introduceerde hij deze techniek aan de Universiteit Antwerpen en zijn talrijke publicaties leverden een belangrijke bijdrage aan het internationaal onderzoek in dit domein. Hij ontwikkelde het softwarepakket EELSMODEL, dat toelaat om experimentele spectroscopische metingen optimaal om te zetten in kwantitatieve gegevens. Het pakket is vrij beschikbaar voor de onderzoeksgemeenschap en telt momenteel 770 geregistreerde gebruikers. Naast een uitgebreide kennis en ervaring met materiaalkundig geïnspireerd experimenteel werk had Dr. Verbeeck ook steeds oog voor de meer fundamentele vragen die verband hielden met zijn onderzoeksdomein. Zo slaagde hij er in 2010 in om als eerste vortex-elektronenbundels te realiseren in een elektronenmicroscoop. Deze vortex bundels vormen als het ware het kwantummechanisch equivalent van een tornado gemaakt uit elektronen. Dit baanbrekend onderzoek werd gepubliceerd in het internationale tijdschrift Nature en bracht een aanzienlijke hoeveelheid wetenschappelijke en media-belangstelling met zich mee.

Dr. Verbeeck publiceerde reeds een 100-tal artikels in internationale wetenschappelijke tijdschriften en ontving in 2011 een ERC Starting Grant, een onderzoeksbeurs van de European Research Council (ERC). Deze prestigieuze beurs wordt toegekend aan excellente jonge Europese wetenschappers die innovatief en baanbrekend onderzoek verrichten. Deze ERC Starting Grant biedt hem de mogelijkheid om de komende 5 jaar zijn onderzoek over vortex-elektronenbundels verder uit te bouwen. Nog in 2011 ontving hij de prestigieuze tweejaarlijkse Ernst Ruska prijs voor zijn creatieve bijdrage aan het domein van de elektronenmicroscopie.


Veronique Van Speybroeck

Veronique Van Speybroeck (° 1974) studeerde af als Burgerlijk Natuurkundig Ingenieur aan de UGent in 1997 en promoveerde er als doctor in de toegepaste wetenschappen in 2001 onder het promotorschap van Prof. Michel Waroquier. Ze is mede-oprichter van het interfacultair onderzoekscentrum 'Centrum voor Moleculaire Modellering' (CMM) van de UGent dat momenteel bestaat uit ongeveer 35 onderzoekers. Binnen het CMM leidt ze de computationele moleculaire modelleringsdivisie. Na het behalen van haar doctoraat werd ze postdoctoraal onderzoeker van het FWO en kon hierdoor een sterk internationaal netwerk uitbouwen met vooraanstaande onderzoeksgroepen. Op 1 oktober 2007 werd ze benoemd tot hoofddocent met hoofdzakelijk onderzoeksopdracht (BOF-ZAP) binnen de faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur van de UGent.

Veronique Van Speybroeck verricht onderzoek binnen het domein van de moleculaire modellering en onderzoekt meer in het bijzonder de kinetiek van chemische reacties op de nanoschaal. Het onderzoek situeert zich op het grensvlak van de natuurkunde, chemie en ingenieurswetenschappen en is zeer multidisciplinair. Het toepassingsgebied is gesitueerd binnen het gebied van de organische chemie, katalyse en computationeel materiaalonderzoek. Haar huidig onderzoek is voornamelijk geconcentreerd rond de bepaling van de chemische kinetiek van katalytische reacties in nanoporeuze materialen. Hiervoor verwierf zij in 2010 een Starting Independent Researcher Grant uitgereikt door de European Research Council (ERC). Haar huidig onderzoeksteam bestaat uit 7 postdoctorale medewerkers, 14 doctoraatsstudenten en verschillende masterstudenten. Het team is zeer divers bestaande uit zowel burgerlijk ingenieurs in de toegepaste natuurkunde en chemische technologie, bio-ingenieurs en Masters in de fysica en chemie. Ze was promotor van 8 verdedigde doctoraten en een 20-tal Masterscripties. Verschillende van deze werken werden bekroond met prijzen uitgereikt door academische en industriële instanties. Haar wetenschappelijk werk heeft dusver aanleiding gegeven tot een 160-tal ISI publicaties en ze heeft het onderzoekswerk voorgesteld op talrijke internationale conferenties. Verschillende publicaties waren baanbrekend en werden gepubliceerd in de hoogste impacttijdschriften van haar onderzoeksveld zoals Angewandte Chemie, Journal of the American Chemical Society. Naast haar onderzoekswerk doceert ze ook verschillende opleidingsonderdelen van de Bachelor en Master programma's van de faculteiten Ingenieurswetenschappen en Architectuur en Wetenschappen van de UGent.


Steven De Feyter
Steven De Feyter (°1971) behaalde in 1993 het diploma van licentiaat in de Scheikunde aan de KULeuven. Als aspirant FWO kreeg hij er de kans om gedurende vier jaar ervaring op te doen in de onderzoeksgroep van Prof. Frans De Schryver aan het Departement Chemie. Met behulp van niet-optische microscopietechnieken, de zogenaamde rastersondemicroscopietechnieken of scanning probe microscopen', bestudeerde hij de spontane zelf-organisatie van moleculen aan atomairvlakke en geleidende oppervlakken.

Na zijn doctoraatsonderzoek ging hij in de lente van 1998 als postdoctoraal onderzoeker (Fulbright) aan de slag aan het California Institute of Technology (Caltech) in Pasadena, in de onderzoeksgroep van Prof. Ahmed Zewail (Nobelprijs Chemie 1999) om er met ultrasnelle lasertechnieken chemische reacties te bestuderen. Na anderhalf jaar in "Femtoland" keerde hij terug naar Leuven. Daar kreeg hij met een postdoctoraal mandaat van het FWO de kans om zich verder toe te leggen op het onderzoek naar de boeiende wereld van moleculen en hun interacties met oppervlakken. De fascinatie voor het 'zien' van moleculen is een constante drijfveer en bron van inspiratie gebleven.

Samen met een team van excellente medewerkers is hij erin geslaagd om moleculen complexe en functionele patronen te laten vormen aan oppervlakken. Zo werd het ondermeer mogelijk om het dynamisch gedrag van individuele moleculen aan een oppervlak te volgen, om met nanometerprecisie reacties te induceren, en om complexe mengsels te scheiden. In 2005 werd hij benoemd tot Hoofddocent en in 2008 bevorderd tot Hoogleraar. Hij is ondermeer Associate Editor van het wetenschappelijke tijdschrift Chemical Communications.

Wim Vandenbussche

Wim Vandenbussche (Brugge, 1973) studeerde Germaanse Taal- en Letterkunde aan de Vrije Universiteit Brussel. Als aspirant van het FWO-Vlaanderen schreef hij een proefschrift over het taalgebruik van de lagere klassen in het 19de-eeuwse Brugge, meteen de eerste volwaardige studie in het domein van de historische sociolinguïstiek in het Nederlandse taalgebied.

Tijdens zijn drie postdoctorale termijnen bij het FWO-Vlaanderen verdiepte hij zich verder in de sociale geschiedenis van het 19de-eeuwse Nederlands, met studies over klassengebonden taalgebruik en perstaal in het toenmalige Brugge. De steeds weerkerende vaststelling dat onze heel wat van de vermeende kennis over de functie en de structuur van het 19de-eeuwse Nederlands inaccuraat, onjuist of gewoonweg fout blijkt te zijn, is opnieuw de drijfveer achter zijn lopende onderzoek naar de taalsituatie in Vlaanderen en Brussel ten tijde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1814-1830).

Voor zijn onderzoek kreeg hij eerder al de Prijs voor Taalkunde 2000 van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, en de zesjaarlijkse Ignace Vanderschuerenprijs van de Vrije Universiteit Brussel.

Internationaal maakte Vandenbussche school als een van de oprichters van het Historical Sociolinguistics Network. Hij publiceerde tot nu toe een 60-tal artikelen, was editor van 5 bundels en schreef een korte monografie over zijn leermeester Roland Willemyns. Hij gaf wereldwijd lezingen over zijn onderzoek en was, onder andere, Distinguished Visiting Fellow aan Queen Mary, University of London, en gastprofessor aan de Universiteit Gent. Momenteel is hij voltijds verbonden aan de Vrije Universiteit Brussels als hoofddocent Nederlandse taalkunde.


Jo Dewulf

Jo Dewulf (°1969) studeerde Grieks-Latijn aan het Sint-Aloysiuscollege te Menen. In 1992 behaalde hij het diploma ingenieur Scheikunde & Landbouwindustrieën met de grootste onderscheiding. Zijn doctoraat behaalde hij in 1997, met grootste onderscheiding en gelukwensen van de jury. Daarna volgde een post-doctorale periode aan de Universiteit Gent en de Technische Universiteit Delft. In deze periode legde hij de krijtlijnen vast van zijn academische activiteiten. Enerzijds ligt een klemtoon op milieutechnologie met bijzondere aandacht voor de analyse en bestrijding van organische micropolluenten. Maar anderzijds ontwikkelde hij een vrij uniek onderzoeksgebied: Schone Technologie, dit op basis van doorgedreven thermodynamische procesanalyse. Vertrekkend van bijzonder stevige theoretische wetmatigheden uit de 19e eeuw koppelt hij de zogenaamde exergie-analyse aan levens-cyclusanalyse om technologie milieucompatibeler te maken. Waar tot einde van de jaren 90 industriële productie en consumptie vaak diametraal tegenover milieu stonden, toont zijn aanpak opportuniteiten aan die zowel technisch, ecologisch als economisch een meerwaarde bieden. In die zin past zijn werk volledig binnen de duurzaamheidsgedachte.


Frank De Proft

Prof. Dr. Frank De Proft (° 1969) is hoofddocent aan het departement chemie van de Vrije Universiteit Brussel en verricht onderzoek in de theoretische chemie -kwantumchemie, meer specifiek in de fundamentele en toegepaste aspecten van de zogenaamde Density Functional Theory (DFT). Eén van de hoofdactiviteiten hierin is ontwikkeling van descriptoren voor chemische reactiviteit en hun toepassing in de anorganische, organische en biochemie.

Prof. Dr. Frank De Proft studeerde met grote onderscheiding af als licentiaat in de scheikundige wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel in 1991 en werd datzelfde jaar als aspirant bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek aangesteld. In 1995 behaalde hij het diploma van doctor in de wetenschappen met de grootste onderscheiding. Gedurende de periode 1995-1999 was hij postdoctoraal onderzoeker bij het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen en tijdens deze periode verbleef hij ook aan de Universiteit van North Carolina in Chapel Hill in de Onderzoeksgroep van Prof. R. G. Parr, één van de wereldauthoriteiten in de density functional theory. In 1999 werd hij als docent aan de Vrije Universiteit van Brussel aangesteld en sinds 2005 is hij hoofddocent in de Onderzoeksgroep Algemene Chemie (Prof. P. Geerlings).

Hij heeft tal van nationale en internationale samenwerkingsverbanden en verbleef aan verschillende buitenlandse universiteiten, zoals de Universiteit van Erlangen-Nuremberg en de Universiteit van Durham (UK). In mei 2006 was hij uitgenodigd professor aan de Université Pierre et Marie Curie in Parijs . Frank De Proft is auteur of coauteur van 135 publicaties in peer gereviewde internationale wetenschappelijke tijdschriften en van een 15-tal bijdragen op uitnodiging in boeken. Zijn werk werd meer dan 2000 maal geciteerd. Hij is tevens verschillende malen uitgenodigd spreker geweest op nationale en internationale congressen.


Dirk Van Hulle

Prof. Dr. Michael S. Deleuze (°1968, Namen) studeerde scheikunde aan de FUNDP-Namen. In 1993 promoveerde hij als “Aspirant FNRS” tot doctor in de wetenschappen (richting fysische chemie) aan de FUNDP-Namen met de grootste onderscheiding en met de felicitaties van de jury. Tussen 1994 en 2000 verrichtte hij postdoctoraal werk aan de Sheffield University, UK (1994), de Universität Heidelberg, Duitsland (1995), de FUNDP-Namen (1996), de Università degli Studi di Bologna, Italië (1997) en aan de Universiteit Hasselt (1998 en 1999) met onderzoeksmandaten van het FNRS en het FWO-Vlaanderen, evenals met een TMR beurs (1997) van de EU. Zijn loopbaan aan de Universiteit Hasselt (voorheen Limburgs Universitair Centrum, LUC) begon officieel op 1 december 1997. Hij werd op 1 oktober 1999 benoemd tot FWO-onderzoeksleider. Sedert januari 2000 en januari 2004 werkt hij er respectievelijk als docent en hoofddocent.
De onderzoeksactiviteiten van Prof. Deleuze focusseren hoofdzakelijk op theoretische studies van (1) de elektronische structuren of eigenschappen van moleculaire organische dunne filmen en van isolerende of geleidende polymere materialen, en hun relaties met de moleculaire architectuur, gebruikmakend van foto-ionisatiespectroscopieën en van veel-deeltjes kwantummechanica, in het bijzonder Feynman-Dyson theorieën (propagatoren); (2) de dynamica van complexe moleculaire bewegingen; (3) de chemische conversie van precursor ketens bij geconjugeerde polymeren; (4) de nucleatie van organische halfgeleiders op inerte oppervlakken; en (5) het peilen van de vorm en stereochemie van moleculaire orbitalen in flexibele ketens en in kooiverbindingen.
Prof. Deleuze is auteur of coauteur van 75 artikels in belangrijke internationale wetenschappelijke tijdschriften, veel ervan in samenwerking met beroemde onderzoeksgroepen in Zweden, Frankrijk, Engeland, Duitsland, Italië, Rusland, China, Australië, Japan, en met het Institute for Micro EleCtronics (IMEC) in Leuven. Hij kreeg in januari 2005 een prijs tijdens het 7de congres van de "World Association of Theoretically Oriented Chemists" (WATOC) in Kaapstad, Zuid-Afrika (450 deelnemers uit 40 landen).


Femke Olyslager

Mevrouw Femke Olyslager (º 24 november 1966) studeerde voor Burgerlijk Elektrotechnisch Ingenieur aan de Universiteit Gent (DGO 1989) en promoveerde er tot Doctor in de Toegepaste Wetenschappen (DGO met gelukwensen, 1993) met als proefschrift "Elektromagnetische Modellering van Elektrische en Diëlektrische Golfgeleiders in Gelaagde Media."
Sedert 1989 is ze verbonden aan de Vakgroep Informatietechnologie van de Universiteit Gent, werd docent en in 2002 hoogleraar in het vakgebied Elektromagnetisme. Ze is tevens Assistant Secretary General van de International Union of Radio Science. Ze is auteur of medeauteur van twee monografieën en van een negentigtal publicaties in internationale SCI-tijdschriften.

Femke Olyslager werd in 1994 laureate van de KVAB met de studie Randintegraalvergelijkingen voor het oplossen van elektromagnetische Veldproblemen". In 1995 ontving ze de IEEE Microwave Prize voor de beste bijdrage gepubliceerd in de IEEE Transactions on Microwave Theory and Techniques jg. 1993 en in 2000 de IEEE Electromagnetic Compatibility best paper award voor de beste bijdrage gepubliceerd in de IEEE Transactions on Electromagnetic Compatibility in 1999. In 2001 werd haar monografie Electromagnetic Waveguides and Transmission Lines bekroond met de driejaarlijkse AIG-prijs van de alumnivereniging van ingenieurs afgestudeerd aan de Universiteit Gent. In 2002 ontving zij van de International Union of Radio Science de prestigieuze driejaarlijkse Isaac Koga Medal. In november 2004 werd zij fellow van de Institute of Electrical and Electronic Engineers (IEEE) in VS.


Luc De Meester

Prof. dr. Luc De Meester (°8 juni 1964) studeerde Dierkunde aan de Universiteit Gent. Hij behaalde de licentie in de Dierkunde in 1986 met viermaal de grootste onderscheiding en het doctoraat in de wetenschappen in 1991 eveneens met de grootste onderscheiding voor "Genetisch-ecologische aspecten van fototaktisch gedrag bij Daphnia Magna Straus."

Hij behaalde een specialisatiebeurs bij het IWONL voor de periode 1986-1987 en werd nadien aspirant (1987-1991) en postdoctoraal onderzoeker (1991-1997) bij het FWO-Vlaanderen. In 1995 werd hij aangesteld tot deeltijds docent aan de Katholieke Universiteit Leuven; in 1997 werd hij voltijds docent, in 2000 hoofddocent en in 2003 hoogleraar.

Professor L. De Meester publiceerde 60 artikels in SCI-tijdschriften en werd 900 maal geciteerd. Hij was laureaat van de P. Van Oyeprijs 1991 van de Koninklijke Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten de Elie Gillisprijs 1992 van het Koninklijk Natuurwetenschappelijk Genootschap Dodonaea.


Ivo Vankelecom

Dr. Ivo Vankelecom (° 1967 te Ninove) studeerde af in 1990 als bio-ingenieur in de scheikunde aan de KULeuven met Grote Onderscheiding. In 1994 promoveerde hij tot doctor over Inorganic porous fillers in organic polymer membranes. Sinds 1994 verricht hij postdoctoraal werk aan de KULeuven, de Ben-Gurion Universisty of the Negev, Beer-Sheva, Israël (jan.-aug. 1999) en het Imperial College, London, England (maart-sept. 2001). Sedert september 2001 werkt hij als docent aan het Centrum voor oppervlaktechemie en katalyse van de KULeuven.

Prof. Ivo Vankelecom is co-editor en auteur van drie boeken, publiceerde reeds in vele internationale wetenschappelijke tijdschriften en hield tal van voordrachten in binnen- en buitenland. Hij was ook laureaat van de Donald W. Breck Award 1998 en hij ontving voor zijn artikel 'Clean catalyc technology for liquid phase hydrocarbon oxidation' de Prize for the best paper of 1999 van het tijdschrift Clean Products and Processing. Zijn postdoctoraal onderzoek richt zich op de incorporatie van homogene katalysators in membranen, de incorporatie van poreuze fillers in scheidene membranen en solventresistente nanofiltratie.


Annemie Bogaerts
Dr. Annemie Bogaerts (°1971) behaalde het diploma van licentiaat in de scheikunde (UIA 1993) en van doctor in de wetenschappen bij professor Renaat Gijbels (UIA 1996) telkens met de grootste onderscheiding en de felicitaties van de jury (titel: Mathematical modeling of a direct current glow discharge in argon).

Zij publiceerde 53 artikels in internationale tijdschriften met peer review, waarvan vele in Journal for Applies Physics, Spectrochimica Acta enz. Zij onderzoekt plasmaprocessen in gasontladingen via numerieke simulators. Zij leidt daarbij drie postdocs en vijf doctoraatsstudenten.

Zij is thans postdoctoraal onderzoeker van het FWO-Vlaanderen aan het Departement Scheikunde van de UIA.