Michel Buylen retrospectieve tentoonstelling "Making My Past"

Michel Buylen retrospectieve tentoonstelling "Making My Past"

Klasse Kunsten

Op vrijdag 25 juni gaat Michel Buylen's grote retrospectieve tentoonstelling "Making My Past" van start. De expo loopt tot en met 12 september. Ze gaat gepaard met een nieuwe publicatie met gelijknamig titel uitgegeven door HANNIBAL.

De Penseelmeester

Wim Lammertijn, conservator van mudel

Michel Buylen is reeds meer dan vier decennia werkzaam. Een eerste lezing van zijn volledige oeuvre leert me dat hij quasi van bij aanvang voldragen werk aflevert.

Zijn parcours is zeer standvastig, het kwaliteitsgehalte verbluffend hoog. Als kunstenaar is hij geen tafelspringer, zodat zijn werk al te vaak verscholen blijft voor de mainstream media. Nochtans is hij evenmin een heremiet die zich in een grot met acrylverf terugtrekt, noch de heimelijke kunstenaar van wie we pas na overlijden een zolder vol meesterwerken ontdekken. Integendeel, Michel Buylen is springlevend. Steunend op een rijke culturele bagage en aangevuurd door actualiteit blijven zijn observaties messcherp. 

Binnen de onophoudelijke stroom van artistieke creaties, en in de kunstwereld verzadigd van recente pogingen tot hyperrealisme (althans in de betekenis die er kunsthistorisch aan wordt gegeven, zijnde een perfecte weergave van de realiteit), kan men proberen aan dit werk voorbij te lopen. Ik was eraan voor de moeite. Niet alleen betreft het bij Michel Buylen geen hyperrealisme – want hier is veel meer aan de hand – maar het werk doet ook telkens wat een goed kunstwerk hoort te doen: het grijpt je, en laat je niet meer los. Wanneer we terzijde ‘hyperrealisme’ als term aftoetsen aan zijn oeuvre, dan brengt de etymologische ontleding ervan ons zelfs nog dichter bij de essentie van zijn werk. Het Griekse ‘hyper’ laat zich immers ook vertalen als ‘boven’ of ‘verder’, net als het Latijnse ‘super’.

 Al na een paar werken sta ik oog in oog met de beeltenis van één van zijn modellen. Ze is frontaal geschilderd en lijkt dwars door mij heen te kijken. De reflectie in haar ogen is virtuoos. Eenzelfde verwondering overvalt me als bij Van Eyck’s bolle spiegel in het Arnolfini huwelijksportret, het geschraapte parket van Caillebotte, die parel van Vermeer of de curvatuur van de bovenlip bij Gustave De Smet. Andere naakten kijken weg of zijn verzonken in gedachten, doch ze vragen steeds weer de aandacht, met hun huid, billen of borsten. Het doorgaans kleine formaat van zijn werken versterkt de aansporing tot het aandachtig kijken. 

Bij een belangrijk deel van de werken is de identiteit van het model ondergeschikt aan het onderwerp. In zekere zin kunnen we deze werken als symbolistisch gaan interpreteren, of als ‘neosymbolisme’ zoals Willem Elias het in zijn Aspecten van de Belgische kunsten na ’45 omschreef. Dit komt het best tot uiting wanneer Michel Buylen zijn modellen in een landschap plaatst. In de doorgaans fictieve composities sacraliseert hij zowel natuur als figuur. Door de mystiek die aldus ontstaat, overtreft het geheel de som der delen. 

Echter in andere gevallen dialogeert Michel Buylen eerder met het karakter en de fysionomie van de geportretteerde. Die versmelting tot een echt en authentiek portret is volgens de kunstenaar een boeiend proces, dat overigens niet zelden de afgebeelde met zichzelf confronteert. De vraagstelling ‘Hoe zien we onszelf?’ versus ‘Hoe ziet iemand anders ons?’ is hier bijzonder interessant, het ‘aangezicht’ haarscherp neergezet door de kunstenaar.

 Vanaf het begin tot op vandaag wordt geen enkele uitdaging als te moeilijk aan de kant geschoven. Zo schildert hij bijvoorbeeld ook met grote regelmaat marines, waarbij hij zijn techniek kan botvieren in de schuimende golven of het aangespoelde water. De natuur an sich blijft doorheen heel zijn carrière een onuitputtelijke inspiratiebron.

Michel Buylen is een kunstenaar die de mogelijkheden van zijn medium ten volle exploreert en ook de voordelen benut die nieuw ontwikkelde materialen hebben. Zo schakelt hij in 1986 over naar acrylverf, omdat inkt en kleurpotloden hem uiteindelijk beperken. 

Van meet af aan heeft hij ook de oude meesters bestudeerd en hun technieken geabsorbeerd, maar nieuwe tools laten hem toe om verder te gaan. Hoewel hij geen enkele academische opleiding genoot, slaagt hij er in zeer korte tijd in om zijn gekende perfectie te bereiken. Als we hem dan toch enig kluizenaarschap toedichten, dan is dit enkel met betrekking tot zijn kleine atelier, hoog in zijn Gentse burgerwoning. Translucentie en kleurechtheid behoren er tot zijn vaste jargon.